Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eigenaardigen grondslag mist, waarop alle recht behoort te rusten/ Het gevolg daarvan is, dat wij het volksrechtsbewustzijn zien reageeren tegen dat, het eigenlijk karakter van recht missende, officiëele recht en het aanzijn geven aan regels, die officieel wel geen rechtsregels zijn, en, correct gesproken, ook niet zoo genoemd mogen worden, maar zich overigens toch geheel als zoodanig voordoen, daar men zich niet alleen er naar gedraagt, maar zij zich zelfs erkenning in de rechtzaal hebben weten te verwerven. En geen wonder. Immers, eigenlijke rechtsbron kan nooit iets anders zijn dan de op zekeren tijd en plaats heerschende rechtsopvatting; de wet behoort niets anders in te houden dan wat naar die opvatting door de leden van den staat in hun onderling verkeer betracht moet worden.

Twee bedenkingen mag ik hier verwachten. In de eerste plaats zal men mij wijzen op het mogelijke geval, dat een volk somtijds over hoogst belangrijke vraagstukken in twee partijen van nagenoeg gelijke sterkte verdeeld is, zoodat er van eene heerschende meening, van eene, die door de groote meerderheid beleden wordt, moeilijk sprake kan wezen. Men vergeet dan echter dat toch altijd een van die beide meeningen, hetzij omdat aan hare zijde het overwicht van het intellect is, hetzij omdat eene gebrekkige staatsorganisatie haar steunt, of om welke reden dan ook, de machtsstellin» eener heerschende meening zal bezitten. Evenmin werpe men mij tegen, dat in den tegenwoordigen tijd omtrent vele onderwerpen, die wettelijk geregeld worden, het volksrechtsbewustzijn zich niet uitspreekt, want juist op die uitspraak mag de wetgever niet altijd wachten. Zijn plicht zal het veeleer dikwijls zijn, die uitspraak te onder-

Sluiten