Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wendig tot het hart spreekt. Ik kon nu geregelder met den ouden leeraar over mijnen staat spreken; Gods gunst werd mij klaarder aan het gemoed, dat het alleen om Jezus Christus was, als tusschentredenden Borg en Zaligmaker, die met één offerande in eeuwigheid volmaakt heeft allen, die geheiligd worden; die gebondenen met eeuwige ketenen der duisternis verlossen kan en uit de zonden en duisternis kan overbrengen in het koninkrijk des Zoons zijner liefde, in welken wij de verlossing hebben door zijn bloed, namelijk de vergeving onzer zonden, om alzoo deel te hebben in de erve der heiligen in het licht.

Hoe klaarder de Heere het door zijnen Geest aan mijn gemoed mocht openbaren, hoe meer mijn liefde en blijdschap met verheuging klom, welke zij de hope van mijn roeping, en welke zij de erfenis der heiligen, en welke de grootheid zijner kracht zij aan ons, die gelooven, naar de werking der sterkte zijner macht.

Ginds, waar al die zonnen rijzen,

Geesten zweven in 't verschiet, Hoort gij straks, op englenwijze, Gods onfeilbre liefde prijzen;

Daar, daar weent de Christen niet.

Daar zal God uw tranen drogen,

Daar u schenken 't zaligst lot! Gaat gij onder 't leed gebogen, Heft uw blikken naar den hoogen!

Want daar leeft uw Heer' en God,

Ja, daar leeft Hij en zal zorgen,

Dat gij bij Hem komen zult! In den eeuwgen, blijden morgen Zult gij bij Hem zijn geborgen,

Die u met zijn heil vervult.

Sluiten