Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

collegie, waarin hij door zijn verdienste en waardij werd gebracht en niet door onbehoorlijke middelen. Daar bevestigd zijnde, gaf hij., al vroeg uitstekende blijken van zijn kennis, achtende het voor een groot geluk, dat hij gelegenheid had gekregen, om in geleerdheid toe te nemén. En waarlijk, hij spaarde geen arbeid, nacht noch dag. Hem was alle tijd te kort en geen moeite te groot, om tot dat einde te besteden; en hij had geen lust dan om te bidden en te studeeren. Wanneer zijn vrienden hem in die tijden kwamen bezoeken, hoewel hij op andere uren gaarne met hen sprak, wilde hij hen niet binnenlaten, noch met hen spreken. Hij werd na vier uur in den morgen zelden in het bed gevonden, zelfs als hij eerst te één uur naar bed was gegaan; en hij wilde niet bij dagslapen;, ja, zelfs vergunde hij zich nauwelijks een half uur tijd om te eten,, om zooveel te meer tijd tot studeeren te hebben.

Toen hij die plaats had. verlaten en gehuwd was, schreef hem een van zijn goede vrienden, die plan had om van staat te véranderen r om wat bericht te hebben omtrent de ongelegenheden van den. huwelijken staat, waarop hij hem openhartig dit antwoord deed toekomen: „Gij begeert van mij te weten de ongeriefelijkheden van een vrouw te bezitten; en ik wil u daaromtrent iets meêdeelen. In plaats dat gij nu gemeenlijk opstaat te vier uur in den morgen zal uw vrouw u willen te bed houden tot zes of zeven uur. In plaatsdat gij nu veertien uren daags studeert, zal zij u brengen tot acht of negen uren; en in plaats dat gij nu maar ééns maaltijd houdt, op een dag, om zooveel te meer tijd tot de studie te hebben, zal zij meer dan ééns daags willen hebben, dat gij met haar eet. En. indien dit niet genoeg is, om u voor het trouwen vervaard te maken, zoo weet ik niet wat zulks dan doen zal."

Door deze zijn naarstigheid in 't studeeren, vorderde hij, door Godszegen, veel in geleerdheid, zood'at zijn toenemen in wijsheid en. kennis allen menschen bekend werd. Hij zeide dikwijls, dat hij het. meest geneigd was tot een redelijke geleerdheid, om de dingen door eigen oogen te kunnen zien en om over de Waarheid recht te kunnen ■ oordeelen, zooals een verstandig disputant en uitstekend philosoof.

Wanneer hij een academische redevoering hield, of in de school zijn lessen gaf, oogstte hij doorgaans veel lof, of had ten minste de toestemming van allen, behalve van degenen, die hem vijandig, gezind waren, maar nochtans niets wezenlijks tegen hem in te brengen hadden. Eenigen van zijn scholieren in de godgeleerdheid

Sluiten