Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verklaarden zichtbaar en tastelijk hoe lief hij hen had. Bijzonder ,"was zijn liefde uitgelaten in voller stroomen op de vergadering, waar hij zijn bediening uitoefende. Het volk van zijn zorg was -ook het volk van zijn vermaak. Zijn verlangen naar hun zielswelstand, zijn blijdschap in hun bevordering en voorspoed der ziel, zijn arbeid, óm verdwaalden, zwakken en afgedwaalden terecht te brengen, in 't openbaar en van huis tot huis, zijn menigvuldige •en toegenegen brieven aan hen, wanneer hij afwezig was, zijn ernstige begeerte, om te leven en te sterven en onder hen begraven te worden, verklaarden hun, dat, zoo hij vijftig mijlen van Taunion stierf, zijn wil was, dat hij daar moest gebracht en begraven worden; •dat zijn beenen mochten gelegd worden bij hun beenderen en zijn stof vermengd met hun stof. Dit alles verklaart welk een groote plaats zij in zijn hart hadden.

Hij was een man van kloekmoedigheid. Hij vreesde geen gevaar in den weg van zijn plicht, wetende, dat hij, die oprecht wandelt, zeker wandelt. In duistere zaken was hij omzichtig en onderzocht naarstig welken weg hij moest inslaan, en dan ging hij voort zonder vreeze. Immers hij was niet vervaard voor iemands aangezicht, maar alwaar gelegenheid was, betoonde hij zich vrijmoedig en getrouw omtrent alles, wat Gods eere betrof; booze menschen overwon hij door uitdrukkingen van liefde en medelijden met hun zielen, zoodat dit lichter in hun hart ingang vond en zijn werk voorspoedig maakte.

Hij was een zoon des vredes, een ijverig vredemaker onder verschillende broederen in zaken van personeele oneenigheden; en hij was ook van een matige en vreedzame inborst, om te genezen de breuke, in den godsdienst gemaakt. Hij had eerbied voor zijn overheid, tegengaande en bestraffende alle onbetamelijke uitdrukkingen van verachting en oproerige daden, tegen haar gesproken of gedaan.

Hij was een man van waarheid en gerechtigheid, beide omtrent zijn eigen xpersoneel belang; en ook drukte hij het op 'tgemoed van andere beljjders van den godsdienst, om voorbeeldig en rechtvaardig te zijn in hun handeling, waarachtig in hun woorden en getrouw in hun beloften, om die stiptelijk na te komen. Ik heb hem dikwijls teederlijk, hooren beweenen de zonden van eedbreuk en beloften der menschen en het bedriegelijk handelen; wist hij wulken, die daaraan schuldig waren, hij toonde schriftelijk en mondelijk hoe het zijn ziel smarte, dat ze hun eigen zielen zoo verongelijkten,

Sluiten