Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ook te bevorderen de goede opvoeding der kinderen in Ilchester en in 't land, tot welk doel bij vele catechismussen aan arme huisgezinnen uitdeelde, opdat ze mochten onderwezen worden in de grondwaarheden van den Christelijken godsdienst, vermanende de ouders hun jonge kinderen te leeren en aan te moedigen. Hij was een oprecht en getrouw vermaner van zgn medelijders en gevangenen, als hij in hen iets zag, hetwelk onbetamelijk was volgens het Evangelie, waarvoor zjj leden.

Hij was nu als Voorheen een zorgvuldig waarnemer van zgn tijd, opstaande omtrent vier uur in den morgen, bestedende veel tijd in godvruchtige overdenkingen en gebeden en dan zgn studie naarstig vervolgende in een hoek van de gevangenis, waar hij kon verborgen zgn; en somtijds bracht hij geheele nachten door in die oefeningen; alleen lag hij neder in zgn kleederen twee of drie uren en dan weêr op. Degenen, die hij bezocht, onthaalde hij niet met slechte redeneeringen, maar met voordeelige en aangename samenspraken, zich schikkende naar hun verscheidene bevattingen en hen vermanende tot zulke aangename betrachtingen, welke hij oordeelde voor hunnen ouderdom, gestalte, beroep of staat meest voordeelig te zgn naar ziel en lichaam. Hg' verblijdde zich, dat hg' waardig geacht werd, om in de zaak van Christus te lijden, en moedigde aan degenen, die moedeloos waren, door zgn eigen enanderer ondervindingen van Gods goedheid, boven hetgeen zij konden verwachten.

Hij nam zorgvuldig dien regel waar, Matth. 5: 44: „Hebt uw vganden lief; zegent ze, die u vloeken; doet wel dengenen, die u haten, en bidt voor degenen, die u geweld aandoen en die u vervolgen." — Hij klaagde niet over hen , die de grootste werktuigen waren van zgn lijden, maar bad met Stephanus: „Heere! vergeef het hun en reken hun deze zonden niet toe." — Het grootste kwaad, dat hij hun toewenschte, was, dat zij mochten bekeerd, geheiligd en hun zielen behouden worden in den dag van den Heere Jezus.

Gedurende den tijd van zijn gevangenis kon men niet bespeuren, dat zgn gezondheid afnam en dat hg' verzwakte, volgens zijnen noodzakelg'ken arbeid. Nochtans waarschijnlgk, gelg'k de geneesmeesters daarnaar oordeelden, was zijn zwakheid en uitterende ziekte, die zijn dood veroorzaakte, als een fondament gelegd in zijn langdurige en harde gevangenis.

Na zgn ontslag was hij ernstiger in zgn werk dan voorheen, maar nochtans gewillig zijn vrijheid te bewaren onder zgn volk, die geen leeraar of opziener hadden, om op hun zielen acht te geven, hoewel

Sluiten