Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dikwijls. Dr. Lose kwam tweemaal daags hem bezoeken, een vierendeel jaars lang, of hij moest van huis zijn, en nochtans wilde hij nooit geld van hem hebben. De rijken in en omtrent die plaats zonden al wat zij konden bedenken om hem te Verkwikken, zoodat hem nooit medicijn of spijze ontbrak, en hij vermaakte zichzelf in de aanmerking van Gods goedheid tot hem en in de liefde, die hij van hen genoot, en zeide dikwijls: ik was een vreemdeling, en de barmhartigheid nam mij in; ik was in de gevangenis, en zij kwam bij mij; ik was ziek en zwak, en zij bezocht mij. Daar waren ook veertien jonge vrouwen, die ieder op haar beurt met hem waakten. In dezen staat hield hij zijn bed tot den 18den December, waarna hij, tegen verwachting, in den Winter begon te beteren en uit het bed op te staan; nochtans kon hij niet gaan of staan, of een vinger verroeren. Maar het behaagde God, dat hij trapsgewijze in kracht toenam, zoodat er beweging kwam in zijn leden en hij met hulp eerst zijn kamer kon doorgaan en daarna alleen, met welke barmhartigheid Gods hij wonderlijk was ingenomen. In Februari was hij zoover gekomen, dat hij met een weinig hulp kon wandelen over de straat; en gevraagd wordende hoe hij zoo weltevreden kon zijn met zoolang te liggen, onder zoo groote zwakheid, antwoordde hij: hoe? Is God mijn Vader, Jezus Christus mijn Zaligmaker, ja, de hemel mijn erfenis, en zal ik niet vergenoegd zijn zonder kracht en gezondheid? Door Gods genade ben ik volkomen vergenoegd met nign Vaders goed welbehagen. Ik heb God gekozen, en Dij is de mijne geworden; en ik weet wien ik mijzelven heb toevertrouwd, en dat is genoeg. Het is een ellendig, onredelijk schepsel, dat niet kan vergenoegd zgn met een God, schoon hij niets anders had; mijn deel en interest in God is al mijn blijdschap.

Eenigen van zgn vrienden van Taunton komende naar Dorchester om hem te zien, was hij zeer verkwikt, liet de gordijnen van zijn bedstede opendoen en verzocht hen bij 't bed te komen, vattende hen bij de hand en zeggende: o! hoe verheugt het mijn hart uw aangezichten te zien en uw stemmen te hooren, hoewel ik niet als voorheen met u kan spreken. Mij dunkt, ik ben nu gelijk den ouden Jakob, met al zijn zonen rondom hem. Gij ziet nu mijn zwakken staat, en zoo was ik vele weken, sedert ik van u scheidde; maar God is met mij geweest, en ik hoop ook met u. Uw gebeden voor mij zijn veelszins beantwoord; de Heere doe ze wederkeeren in uwen boezem! Mijn vrienden! het leyen en ook de dood zijn mijne, in dat verbond, waarvan ik tot u predikte; en dat is

Sluiten