Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gende: nog maar één slag, en dan ga ik heen; en daarom alle avonden na het gebed zeide hij tot zijn gansche huisgezin, vaart- , wel! Ik mag dood zijn voor den morgen. Als hij zich ontkleedde, sprak hg van geestelijke dingen; en wanneer hij zich nederlegde om te rusten, zeide hij tot zgn vrouw; wij zullen spoedig in een ander bed zgn; vaarwel, mijn waarde hart! De Heere zegene u! Als hij ontwaakte in den morgen, was zgn eerste zeggen: nu hebben wij een anderen dag; laat ons nu dezen dag beter voor God leven en hard werken ten beste van onze zielen en voor ons schatten vergaderen in den hemel, want wij hebben nog weinig dagen te leven.

Van toen af werden zijn leden zoo versterkt, dat men dacht, dat hij zou hersteld worden. Maar den 6den Mei begon hij zoo zwak te worden, dat hij weder verloor het gebruik zijner leden; en den 12dcn Mei lag hij eenige dagen in koud zweet en vier uren in een flauwte, zoodat zgn vrienden rondom hem weenden, tot wie hij zeide: schreit niet om mij; mijn werk is gedaan; waarna hij vier dagen zoo lag te zieltogen, dat men dacht, dat hij stierf; maar hij werd weer beter, doch moest tot in Juli het bed houden, waaruit hij weinig tijd geweest zijnde, zooveel krachten kreeg, dat hij bijna veertig mijlen ver kon reizen om de baden'te gebruiken. De geneesheeren, die daar waren, zeer verwonderd zijnde zulk een voorwerp te zien en dat hij, na zoon langen weg te reizen, in leven was, maakten zwarigheid om hem in 't bad te laten gaan; maar tegen hun oordeel in besloot hij het te wagen.

Toen hg voor het eerst in het bad verscheen, geleek hg' een geraamte , zoodat de juffers bevreesd waren om hem te zien, denkende, dat de dood onder haar kwam, en evenwel konden zij hem voor een geest niet aanzien; maar door het gebruik der baden werd hg' beter en dronk geitenmelk, zoodat hg' na drie weken kon wandelea in zijn kamer en zichzelven voeden; hg' kreeg lust tot eten, en zijn krachten vermeerderden, zoodat hg' eenigen tijd beter was, wassende in genade, tot blijdschap van allen, die bg' hem waren. Hg' had veel gemeenschap met God en dikwijls zulke vertroostingen des Geestes, dat hij, als weggerukt zijnde, die niet kon uitdrukken, noch zijn zwak lichaam die vreugde verdragen. Hij was blijmoedig en genegen om met zijn vrouw en vrienden veel van hemelsche dingen te spreken.

Hier had hij veel bezoek van leeraren en vrome menschen; vrienden en vreemden kwamen om hem te zien en met hem te

Sluiten