Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

baren en het woord zijner belofte genadiglijk te vervullen: , De rechtvaardige betrouwt zelfs in zijnen dood." — Intusschen was zgn geneesheer gekomen, die beval, dat men een pleister op zgn maag zou leggen; doch dit wilde hij volstrekt niet toelaten, zeggende, dat het van geen nut zou zijn, daar hij een man des doods was. Doch het was den volgenden Donderdag, des nachts, dat hij in den beklagelijksten zielstoestand geraakte; en des Vrijdags, zeer vroeg, scheen hij in volslagen wanhoop te vallen, hetgeen ongeveer twaalf uren voortduurde. Hetgeen opmerkelijk was, is, dat hij in dezen toestand niet gebracht was door de eene of andere bijzondere zonde, die zijn geweten zwaar drukte, doch door een door den grooten vijand der zielen hem ingeworpen denkbeeld, dat hij bedrogen was.

Ik ging henen, een zijner vrienden bij hem latende; en kort daarop wendde de zoozeer geplaagde zich tot dezen, uitroepende: ik ben verloren! onherstelbaar verloren! ik ben bedrogen! — De vriend vroeg hem wat hem tot dit besluit bracht. — Waarop hij antwoordde, dat hij bedrogen was, dat hij gemeend had Christus lief te hebben, dat hij meende, dat hij iets voor Christus zou hebben kunnen lijden, hier bijvoegende: helaas! ik ken niets meer van Christus dan een Hottentot, herhalende, dat zijn geheele belijdenis slechts een misleiding van den duivel geweest was, dat alles bedrog was. Zgn vriend hield hem voor oogen, dat de duivel reeds menigmaal te voren zijn vertrouwen had aangevallen en dat, indien het den Satan was toegelaten geweest hem te misleiden, de Heere hem de oogen niet zou geopend hebben over zijnen zondestaat, maar hem eerder in die verblinding had laten omkomen, evenals dit het geval is met diegenen, van wie in de Heilige Schrift vermeld wordt, dat zij geen banden hebben tot hunnen dood toe. — Hierop antwoordde hij niet rechtstreeks, maar riep uit: de verheffing, de verheffing van de Jordaan is gekomen; en ik ben bedrogen! — Toen werd hem gevraagd of de Satan hem ooit tot God gezonden had, om vergeving te vragen voor zgn zonden. — Waarop hij antwoordde, dat hg nooit in waarheid om vergeving gebeden had; te voren meende hij, dat hij het deed; doch hij had zich misleid.

Ik moet bekennen, dat mgn vertrouwen in zgn geloof thans geschokt was; het scheen mij toe, dat hij wel van diegenen zgn kon; en ik zou juist een ander zoodanige zgn, die op het zand en niet op de Rots, Christus, gebouwd had. Ik was gansch verslagen en als in verwondering verzonken; maar mijn vrouw was standvastiger dan ik; haar vertrouwen weêrstond den schok, terwijl het mijne week ;

Sluiten