Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verkiezing, enz. Zij wenschte nooit geboren te zgn geweest, of liever eenig ander schepsel dan een vrouw geworden te zijn; menigmaal riep zij uit, onder eenen vloed van tranen: wee! wee! wee! een zwakke, een ellendige, een verlaten vrouw! Zij klaagde over eenen zoo grooten dorst als met al het water uit de zee niet kon gelescht worden; en nochtans weigerde zij te drinken, of dronk zij slechts zeer weinig; nu eens brak het zweet haar uit, en dan weder brandde haar lichaam als vuur. Somtijds was zij zeer traag in het bidden; en eens, toen zij ging zeggen: „Leid ons niet in verzoeking!" — zoo hield zij op, zeggende: ik mag niet bidden! ik mag niet bidden! op zulk een wijze door den Satan verhinderd wordende; nochtans lieten haar vrienden niet af, totdat zij kon bidden en, met toepassing op haarzelve, belijdenis van haar geloof kon doen.

Deze vlagen, hoewel zeer zwaar voor haar en diep bedroevend voor haar vrienden, waren echter niet lang, noch gedurig; en midden onder dezelve gaf zij goede blijken van haar geloof, strijdende tegen haar verzoeking en God vuriglijk biddende haar tegen dezelve te willen ondersteunen. Menigmaal bad zij haar vrienden met een vroolijk gelaat, dat zij niet zouden bezwijken, noch haar opgeven, maar aanhoudend bidden en haar tegen den verzoeker helpen.

Een uit hen haar eens vragende of zij de beloften Gods geloofde en of zij bidden kon, zoo antwoordde zij: och! dat ik konde! Ik zou gaarne willen; maar hij wil het mij niet toelaten; Heere! ik geloof; kom mgn ongeloof te hulp! — En toen hij haar zeide, dat haar begeerten en pogingen, in Christus, voor de daad zelve werden aangenomen, zoo was zij daardoor zeer getroost.

Eens, na eenen grooten strijd met den Satan, zeide zij: Satan! redekavel met mij niet; ik ben maar een zwakke vrouw. Indien gij iets te zeggen hebt, zeg het tegen mijnen Christus; deze is mgn Voorspraak, mijn sterkte, mijn Verlosser, en Hg zal voor mij pleiten.

Somtijds gepijnigd zijnde door het gezicht van haar zonden en het missen van troost, zeide zij, bitter zuchtende en weenende: bidt den Heere Jezus Christus, dat Hij mij, arme, ellendige, bedroefde vrouw, helpe en trooste!

Een godzalige Christenvriend gaf zich veel moeite met haar, haar Gods weldaden, Christus' verdiensten, de veelvuldige genadebeloften, in het Woord vervat, enz. herinnerende, hetgeen haar, door Gods zegen, zeer verkwikte en haar dikwgls gelegenheid gaf

Sluiten