Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dagen, zoon! tien dagen, gelijk hij ook den tienden dag daarna stierf; en hij scheen verzekerd te zijn, dat hij niet eerder zou sterven; want als zijn vrouw voor zijn sterven nog iets van hem begeerde gedaan te hebben, zeide hij telkens: daar zal nog wel tijd toe zijn. Hij was die tien dagen zóó benauwd en zóó krank, dat men iederen dag, ja, ieder uur den dood tegemoet zag.

Op Rustdag, den 8sten Februari, kwam de geheele kerkeraad hem bezoeken, tot welken hij een lange en bewegelijke redevoerde. Doch . dewijl het schrijfgereedschap niét bij de hand was en men ook niet voor hem wilde weten, dat men aanteekening hield, is het niet opgeschreven. Hij vermaande hen zeer krachtig tot eenigheid en daartoe dienende verdraagzaamheid, zeggende onder meer: gij weet hoe ik verdragen en toegegeven heb, vermanende hen ook tot getrouwheid en wakkerheid, om tijdens het missen van een predikant de gemeente naar hun vermogen te verzorgen;, en te regeeren. Ook stelde hij hun eenige kenteekenen van eenen kwaden en eenen goeden herder voor oogen, om bij het verkiezen van een anderen predikant daarop te letten; en van dat uur af den last van de gemeente op hun schouderen leggende, nam hij afscheid van hen, hetwelk een zeer groot geween bij al de tegenwoordig zijnde personen veroorzaakte.

Na den Rustdag zijn vrouw en zoon alleen bij hem zijnde, verzocht de zoon, dat hij hem nu eens wilde openbaren op welke wijze de Heere hem verzekerd had van zijn roeping tot het predikambt, terwijl hij hem vroeger, wel verteld had, dat hij daarover in groote bekommering geweest was, doch dat de Heere hem op buitengemeene wijze daarin versterkt had, zonder hem te willen zeggen hoe.

Daarop deed hij hoofdzakelijk dit verhaal: ik werd van velen, onder anderen van Ds. Rippertus Sixti, zeer gedrongen inij te laten examineeren; mijn geweten liet mij ook geen rust; ik durfde mij niet onttrekken; ook durfde ik den dienst niet aanvaarden, omdat ik niet wist of ik van den Heere geroepen was of niet, alhoewel mijn bijzondere vriend Ds. Meynardes Schotanus, te dier tijd theologisch professor te Franeker, mij daarvan zocht te overtuigen. (Na zijn dood is onder zijn brieven nog een brief van genoemden Schotanus gevonden, in welken deze hem zeer krachtig daartoe aandringt). Het gebeurde mij in een nacht, dat de hemel zich opende. (Hetis niet uit te drukken met welk een eerbiedigheid, verwondering, liefelijkheid en bewogen stem hij dit verhaalde). Dat was zóó heerlijk, . dat ik zulks niet uitdrukken, noch bij iets vergelijken kan. Uit dien

Sluiten