Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ningen over hem uit te spreken, die wel eenigszins ook lichamelijk, maar voornamelijk geestelijk waren en wel allermeest sloegen op de bekeering van zondaren en den opbouw van Christus' koninkrijk door hem, vervullende toen alzoo datgene, hetwelk zijn zoon eenige dagen vroeger van hem begeerd had.

Eenige uren daarna kwam de oudste zoon van zijn dochter, Jodocus Reddingius, een kind van omtrent veertien jaren, van Franeker, alwaar hij ter school ging, zonder ontboden te zijn of te weten van zijns grootvaders ziekte. De geest van den ouden man scheen te herleven, zoodra hij hem zag; en hij sprak -vele heerlijke zegeningen over hem uit.

Des namiddags, wanneer men nu elk oogenblik den dood verwachtte, nam hij pen. inkt en papier en schreef nog een brief aan juffrouw Anna Nederhof, weduwe Boelens, welke hij zeer beminde.

Die nacht werd in groote benauwdheid doorgebracht. Hij moedigde zijn vrouw en zijn zoon aan (want hij begeerde niemand anders des nachts bij zich; en des daags had hij ook liefst een van hen bij zich, gelijk zij dan ook doorgaans beiden nacht en dag bij hem waren en zich alzoo geheel afgesloofd hadden) hij moedigde hen aan, dat zij nu weldra rust zouden hebben; hij vertroostte zijn vrouw over zijn afsterven en vermaande zijn zoon tot eenige plichten omtrent zijn moeder.

Op Rustdag, den 14den Februari, 'omtrent zeven uur des morgens . was zijn zoon alleen bij hem in de kamer; hij zat overeind en sprak met zijn zoon. Een weinig gezwegen hebbende, ziet hij zijn zoon aan en zegt: wat trommelen zij daar? Een oogenblik daarna: ik hoor daar ook trompetten! Een oogenblik later bewoog hij zijn rechterhand en sloeg zijn oogen omhoog, als iemand, die in groote verwondering en bekommering is, en zeide: o! wat zijn daar al trommelen en trompetten! Een koude schrik ging zijnen zoon door de leden, omdat hij dacht, dat zulks een voorzegging was van oorlog, dewijl hij wel meermalen aan zijn huisgenooten toekomende dingen van gewicht voorzegd had, die ook telkens gekomen zijn. De zoon hem antwoordende, dat hij niets hoorde, zoo gaf hij zooveel te kennen, dat men daarop acht slaan zou, gelijk dan ook in het jaar 1672 de vervulling gekomen is.

Een weinig over acht uur zeide hij tot zijnen zoon: roep moeder! De zoon, die gaarne zijn moeder een weinig wilde laten rusten, daar zij geheel afgesloofd was en zich in een andere kamer

Sluiten