Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

had nedergelegd, liet dit stilzwijgend na; doch terstond herhaalde hij wederom: roep moeder! De zoon antwoordde: moeder is een weinig gaan liggen, omdat zij zeer vermoeid is. Hij antwoordde ernstig: roep moeder!

De zoon zulks gedaan hebbende en met zijn moeder in de kamer komende, zeide hij: laat ons nog eens te zamen bidden! Te zamen daarop nederknielende, deed hij, op een liefelijke en gemeenzame wijze, een krachtig gebed tot God, met zulk een luide stem als hij gewoonlijk zijn huisgebed deed. Het scheen, dat de dood nog zoo nabij niet was; en men had daarvan niet meer verwachting dan de vorige dagen.

Nadat het gebed gedaan was , sloeg hij zijn oogen naar den hemel; en met naar den hemel uitgestrekte handen riep hij: nu, o, Vader! in uw handen beveelik mijnen geest! Nu, o, Zoon! in uw handen beveel ik mijnen geest! Nu, o, Heilige Geest! in uw handen beveel ik mijnen geest! En daarop zijn handen en voeten in zoodanige houding leggende als hij wilde sterven, sprak hij stil tot God.

De gemeente was vergaderd in de kerk; men had den zoon verzocht te prediken en het Avondmaal te bedienen, hetwelk hij, niet denkende, dat het sterfuur, zijns vaders juist op dien tijd zou zijn, had aangenomen. De zoon, nu denkende, dat het wel sterven kon worden, stond in twijfel, niet wetende wat te doen: de geheele gemeente te laten wachten (want het kon nog lang duren") of zijn vader niet te zien sterven; het waren twee' zaken, die zeer gewichtig waren. Hij had zich nu gereedgemaakt om te gaan en zeide: vader! het is tijd, dat ik ga; de Heere zij met u! — Hij, daarin bewilligende., dat zijn zoon zou gaan, omdat het tijd was, zeide: De Heere zij ook met u!

Toen hij zich nu wederom tot God keerde en met Hem sprak, bleef de zoon een weinig staan; en zijn hand op zijns vaders arm leggende en naar den pols voelende, hetwelk hij nooit had willen toelaten, zeggende: wat behoeft gij te weten hoe nabij of hoé veraf het is? — bemerkte hij, dat de slag weg was; en tusschen twee geprangd wordende, zeide hij nog eens: vader! de Heere zij met u! — Hij antwoordde wederom: de Heere zij met u en met ons allen!

Een oogenblik daarna verliet de ziel het lichaam, zijnde de 14de Februari 1669 een weinig voor negen uur.

Zoo is hij op een Rustdag, dien hij met zeer groote vroolijk-

Sluiten