Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IJdelheid der ij delheden, het is al ijdelheid.

Pred. 12 : 8.

Een dienstmeisje, in de nabijheid van Parijs, had door haren heer veel hooren spreken van de schoonheid dezer stad en wenschte vuriglijk de bewonderde schoonheden derzelve met eigen oogen te zien. Eindelijk bekwam zij hiertoe de vergunning.

Met ingespannen verwachting ijlde zij naar de genoemde stad; doch deze werd door de werkelijke beschouwing nog ver overtroffen. Opgetogen beschouwde zij de pracht der paleizen, den schitterenden glans der fraaie winkels, het gewoel der menschen en den rijkdom, die overal te zien was. Hoezeer al deze schoonheden haar van verbazing en bewondering doordrongen, lieten ze nochtans haar hart onbevredigd*; haar verlangen strekte zich verder uit. Haar heer had haar beloofd, dat zij alles zou zien en hooren; alleenlijk zou zij zich moeten getroosten de kerk van zeker vroom predikant niet te betreden; en juist dit verbod was het, dat haar nieuwsgierigheid gaande maakte. Zij ging derwaarts en hoorde dezen man Gods prediken; en in deze zgn leerrede vond zij hetgeen de beschouwing der pracht van het grootsch Parijs onbevredigd gelaten had. Hg leerde haar dat licht kennen, hetwelk alle aardsche gerechtigheid en heerlijkheid verduistert. En hetgeen zij tot hiertoe gehoord en gezien had, verloor in haar schatting alle waarde, in vergelijking met die kostbare parel van duurzame waardij. Blijmoedig mocht zij het Woord des levens aannemen; en de genade Gods werkte met kracht in haar hart. Zij gevoelde zich gedrongen den dienaar Gods op te zoeken, bij wien zij een vriendin van Christus leerde kennen, met welke zij weldra één hart en één ziel werd. Zalige uren, in welke zij den vrede Gods smaakte, bracht zij door in den kring dezer ware geloovigen. De tijd, tot haar verblijf in Parijs bepaald," was inmiddels verstreken, en zij moest zich huiswaarts spoeden. Hier was ieder begeerig naar haar vertellingen van het prachtige en schoone der stad Parijs; doch dit alles was bij haar nagenoeg vergeten; alleen de zorg voor het heil harer ziel hield haar uitsluitend bezig.

Nog lang had zij een gedurigen strijd vol te houden tegen al wat vijandig is van God en zijn dienst, totdat het stil, rustig en vroom leven, door ware Christelijke heiliging gekenmerkt, in haar ziel voor immer bevestigd werd. Thans eerst kon zij haren heer' verhalen wat er in haar binnenste omgegaan was. Zij had den

Sluiten