Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„De Heere heeft mij verlaten!" — Nochtans, die klacht is ongegrond en voorbarig en getuigt van de ondankbaarheid onzer harten.

Die klacht is ongegrond, want de Heere verlaat de zijnen niet. Neen, eer vergeet een moeder haren zuigeling, eer God de zijnen vergeet. Hoor zijn taal en neem ze ter harte; hoor zijn vragen en zijn betuigen: „Is niet Efraïm Mij een dierbare zoon? Is hij Mij niet een troetelkind? Want sinds Ik tegen hem gesproken heb, denk Ik nog ernstelijk aaD hem; daarom rommelt mijn ingewand over hem; Ik zal Mij zijner zekerlijk ontfermen, spreekt de Heere." Jes 31.

Die klacht: „De Heere heeft mij verlaten!" — is voorbarig. Duizenden Christenen hebben zich geschaamd over derzelver uiting. God toonde aan hen te denken, maar op zijnen tijd; en het werd hun duidelijker en duidelijker, dat de Almachtige zichzelven heerlijkheid en zijn volk nut toebrengt door de donkerste gevallen en omstandigheden,

„De Heere heeft mij verlaten!" — Die klacht getuigt van ondankbaarheid. Hoe? Blijven er zelfs in de droevigste omstandigheden niet een menigte zijner gunstbewijzen over? Vergadert God de tranen der zijnen niet in zijn flesch? Ondersteunt Hij hen niet met eeuwige armen? Is Hij hun ooit een woestijn of een land der uiterste donkerheid geweest ?

Kinderen Gods! de klacht der geloovigen, waarbij wij eenige oogenblikken uw aandacht bepaalden, worde door u veranderd in deze juichtaal: „De Heere zal mij nooit verlaten!" — En de gronden van deze uw verwachting, zij liggen buiten u. Zij liggen in Christus, die in u woont, en in de beloften Gods, u in den mildsten overvloed geschonken.

Woeden de hel en haar aterlingen! Razen, tieren, ja, vloeken uw "vijanden! Zij er allerwegen een stem, die roept: „Weg met hen!" — Vrienden van den Heere! zijn engelen legeren zich rondom u. Zijn machtige hand zal niet ophouden u te verdedigen en te beschermen. Uw verlossing is gewis. Eenmaal zal Hij, dien gij als uwen Rechter en Vriend uit den hemel verwacht, al zijn en uw vijanden in de eeuwige verdoemenis werpen en u met al zijn uitverkorenen in de eeuwige blijdschap en heerlijkheid inleiden.

„Gij verdrukte! door onweder voortgedrevene! ongetrooste! zie, Ik zal uw steenen gansch sierlijk leggen, en Ik zal u op saffieren

Sluiten