Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

betreden. Nu echter dreef de verveling mij naar binnen; en voorzeker, het was Gods hand, die mijn schreden bestuurde en die mij, ellendige en van Hem afgewekene, nog niet had losgelaten. De predikant gaf juist de tekstwoorden op; het was uit den Heidelbergschen Catechismus, deze woorden: „Gij zult niet doodslaan!"

Van nature had ik geen aanleg tot eenige wreedheid en zou zelfs geen redeloos dier eenig leed hebben kunnen doen; ik voelde mij dus rein van deze zonde en dacht niet, dat ik eenige toepassing zijner woorden öp mijzelven had kunnen maken; en toch, ik voelde mij als geboeid aan de plaats, waar ik stond, en bleef aandachtig luisteren. Eerst schilderde de predikant die vreeselijke zonde in groote trekken, maar kwam allengs meer en meer in kleine bijzonderheden, totdat hij eindelijk overging in het spreken over een moord, wel niet door de wereld zoo beschouwd, maar toch niet minder schuldig in het oog van God, namelijk in het verwoesten van eigen gezondheid en het zedelijk vermoorden van anderen door een slecht voorbeeld. Hij bepaalde zich voornamelijk bij de zoo menigvuldige moorden, zoowel lichamelijk als geestelijk, door het gebruik van sterken drank veroorzaakt. Zijn woorden waren indrukwekkend en doorboorden mij het hart; en bij iedere vraag van des leeraars lippen: „Zijt gij die man? Hebt gij zulk een moord op uw geweten?" — was het mij, alsof hij mij aanzag en alsof de geheele gemeente op mijn gelaat kon lezen hetgeen er in mijn hart omging; ik was, in één woord, verbrijzeld. Bij het uitgaan der kerk vroeg ik naar den naam van den leeraar en besloot zoo spoedig mogelijk mijn hart voor hem te openen en hem te vragen hoe ik doen moest, om een ander mensch te worden.

Met deze gedachten bezield, keerde ik huiswaarts en zocht den lang vergeten en verwaarloosden Bijbel mijner lieve moeder op. Zij had er gedurende haar leven zooveel in gelezen en er ook een lijstje ingelegd van haar meest geliefde teksten. Bij het opzoeken dier Schriftuurplaatsen troffen mij vooral deze woorden: „Al waren uw zonden als scharlaken, Ik zal ze wit maken als wol." — En: „Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven." — Alsmede: „Het bloed van Jezus Christus reinigt van alle zonden."

Ik bracht een bijna slapeloozen nacht door, dewijl de woorden: „Geen moordenaar zal het koninkrijk des hemels beërven!" — mij aanhoudend in -de ooren klonken en de gedachte hoe het met mij gesteld zou zijn, als mij eens een plotselinge dood overviel, mij geen oogenblik rust liet. Den volgenden morgen meldde ik mij reeds vroeg

Sluiten