Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eén"zaak drukte mij nogal zwaar op het hart, namelijk het kwaad, dat ik vroeger door mijn slecht voorbeeld bij anderen gesticht had, de zedelijke moord, aan mijn knechten en onderhoorigen gepleegd, waarvan de herinnering mij in de eenzaamheid vele bittere tranen kostte. Ook deze droefheid deelde ik aan mijnen trouwen vriend mede, dje mij weêr opnieuw op Jezus Christus wees en hoe Hij machtig was, om ook dien schuldenlast van mij af te némen en mg zelfs nu nog een middel in zgn hand kon doen worden, om anderen van den weg der zonde af te brengen. Ik beproefde het weldra, om een jongmensen in mijn buurt, die zich aan dronkenschap overgaf, tot inkeer te brengen; en ofschoon met veel moeite en na een herhaaldelijk terugkeeren tot zijn verderfelijke gewoonte, gelukte het mij toch eindelijk, door de hulp des Heeren, om hem geheel tot andere gedachten te brengen en hem aan de maatschappij als een nuttig en arbeidzaam burger terug te geven.

Reeds dikwijls had ik opgemerkt, dat in deze zoo bedrijvige handelsstad de sjouwers en mindere knechts der pakhuizen al het verdiend geld aan loon en fooien meestal in de herbergen verkwistten en vrouw en kinderen gebrek lieten lgden. Ik dacht er dus over, om mij meer bepaaldelijk tot die soort van menschen in betrekking te stellen; en eens deze straat doorgaande, ontdekte ik dit huisje, dat toen te huur stond. Dit scheen mij tot mijn doel geschikt; ik sprak er met den predikant over, die mij, wel is waar, de bezwaren voorhield, welke aan deze woning verbonden zijn, maar mij toch niet wilde terughouden van hetgeen ik als mijn plicht beschouwde. Nu woon ik hier reeds sedert eenige jaren; en ofschoon, gelijk gij ziet, dit huisje donker en somber is, zoo mag ik toch in vol ververtrouwen zeggen, dat het licht des Evangelies er in schijnt. Velen dier arme verdoolden heb ik reeds, door Gods hulp, tot andere gedachten mogen brengen; 'ik opende mijn huisje voor hen en ontving hen steeds vriendelijk; zij vonden hier op natte en koude dagen een vriendelijk vuurtje en een kop koffie met een stuk brood of wat ik hun anders geven kon; ik praatte met hen ; en mijn vroeger zoo weinig getelde boeken, alsmede die mijner ouders, die ik niet verkocht had, werden een bron van genot. Tweemaal in de week vereenigen zij zich hier; wij lezen en praten samen; en mannen, die anders iederön avond naar de herberg gingen, om het zuur verdiend loon te verteren, zitten hier nu genoegelijk bij elkander, zijn veel gezonder en opgeruimder dan vroeger en zorgen voor hun huishouding, gelijk het behoort. Van velen hunner heb ik een spaar-

Sluiten