Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schenen geheel op hem toepasselijk, want ook hg volgde zg'nen Zaligmaker met geloof en hoop, zg'nen Zaligmaker, wiens gezegende woorden hij zooeven op den berg, waar de kleine kerk stond, gehoord had. En toen Margaretha voor de laatste maal op Zondag de hut, die zij morgen den rug zou moeten toekeeren, binnentrad en van aandoening begon te weenen, vertroostte hg' haar met de woorden: „Wees niet bezorgd voor den dag van morgen! Uw hemelsche Vader weet, dat gg' al deze dingen behoeft." — Hij sprak er veel met haar over hoe zg' door Gods beschikking tot armoede waren vervallen en hoe Hij ziekte, slechten oogst en dure tijden over hen gebracht had; en hg' voegde er bij, dat de Heere, die altoos zgn woord houdt, wel weêr alles ten goede zou doen uitloopen.

Dën volgenden morgen kwamen de notaris en de makelaar met zgn hamer. Daar werdnaar het perceel een bod van 450 thalers gedaan.

„Geeft niemand er méér voor?"

„500 thalers!" — riep een jonkman, met een knoestigen wandelstok in de hand, een knapzak op den rug en den vrede Gods in zgn hart, die zgn portefeuille had geopend, welke vol met banknoten was. Niemand bood hooger, zoodat de koop gesloten was.

„Hoe is uw naam?" *K -•>

„Die heeft met deze zaak niets te maken. Ik heb het huis niet voor mg'zelven gekocht, maar voor zgn vroegeren eigenaar. Ik ben student en kwam juist hier voorbij op mg'n reis van huis naar de hoogeschool. Ik zag deze menschen in de kerk, en ik hoorde er genoeg van, wat ze onder elkander in het naar huis gaan bespraken. Ik zag de tranen in het oog dezer vrouw en merkte aan de bevende lippen en de gevouwen handen van den man, dat bg' bidden kon. 500 thalers zullen mg' niét arm maken. Ik kan ze geven; en als ik ze geef, dan doe ik dit van harte gaarne, als er maar trouwe Christenen meê geholpen zgn."

De arme Köllers hadden geen tijd, om hem hunnen dank te betuigen, want voordat zij van hun vreugde en verrassing bekomen waren, was hun bevrjjder verdwenen, en nooit zagen ze hem terug; maar des te vuriger dankten zij God, die hun deze hulp gezonden had. De notaris en de makelaar gingen hunnen weg, èn de echtelieden bleven in de hut, die ze van hun vaderen hadden geërfd. En boven de huisdeur hebben ze deze woorden in het hout gesneden: „Wees niet bezorgd voor den dag van morgen! Uw hemelsche Vader weet, dat gij al deze dingen behoeft."

Sluiten