Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moest zeggen: „Heere! het is goed, dat wg' hier zgn; en ik wilde met U wel tabernakelen bouwen."

Ik zonk weg in mijn kleinheid en nietigheid, in liefdetranen vöor den Heere Jezus. O! wat was mijn ziel werkzaam in liefdesuitgangen tot Hem, in verbinding, opdracht en overgeving alweer opnieuw, om met ziel en lichaam Hem in tgd en eeuwigheid televen, te dienen en te verheerlijken, omdat Hij het zoo waardigis; mg'n leven achtte ik voor Hem niet dierbaar genoeg. Al riep Hg mij tot den marteldood, ik vond er zab'gheid in; zijn krüis was mg zoo dierbaar en waardig als zgn kroon, die ik eens bij Hem ontvangen zal, wanneer ik voor Hem wettig gestreden en overwonnen zal hebben en zitten zal in zgn troon.

Ook heeft de Heere zich in liefde aan mijn ziel willen ontdekken onder de woorden uit Hand. 2 : 1-13, welke Ds. Fruijtier op des Heeren dag predikte in de Prinsekerk, zijnde op Pinksteren; te dezer tijd ontdekte de Heere Jezus zich bg' zijn eigen licht aan mg'n ziel en leidde mij in de vruchtgevolgen van zg'nen dood; Hg' deed mg' zien wat het einde daarvan was, dat de Vader Hem aan zgn rechterhand verhoogd had.

De belofte des Heiligen Geestes van den Vader ontvangen hebbende, heeft dien uitgestort, dat gg' nu ziet en hoort; en hierom heeft Hij mij ook zijnen Geest geschonken. Hg' vervulde nu hetgeen Hg' den zijnen had toegezegd, namelijk, dat het voor hen nuttig was, dat Hij ging tot zijnen Vader, omdat de Geest dan aan hen en ook aan mij kon geschonken worden, welke mij niet allee» moest zijn een Geest der overtuiging van zonden, gerechtigheid en oordeel, maar ook een Geest van wedergeboorte en levendmaking, die het geestelijk leven in mg'n ziel werkte, en een Geest des geloofs, die het uit den Zoon, den Heere Jezus, moest nemen, om het aan de zg'nen te verkondigen en hun bekend te maken den geheelen raad des vredes, zooals hij was geweest tusschen den drieëenigen God, elk in zijn werk, om mg, als een verlorene in mg'zelven, weêr door Christus tot God te brengen, uit kracht van zijn aangebrachte gerechtigheid. Zoo moest Hij mij ook worden een Geest der waarheid, om mg' de waarheid te leeren en te doen verstaan, zooals zij in Christus Jezus was; en zoo moest ik gewrocht worden, om tot den Heere Jezus te komen, dat ik Hem door het geloof kon aannemen en met Hem vereenigd worden. Hij ontdekte aan mij, dat dit een weg was van Gods oneindige genade en dat er nog nooit iemand was geweest, die zulks kon begrijpen, noch verstaan, zoo

Sluiten