Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om ter zijner eer en heerlijkheid en tot zijn dienst te leven; zij zijn immers ook naar zgn Naam genoemd, en zg hebben betuigd, naar den nieuwen mensch, toen zg getreden zijn in het eeuwig, onveranderlijk verbond, dat zij door voorkomende, medewerkende en achtervolgende i genade wenschen te bevestigen hetgeen zij beloofd en gezworen hebben; ook wenschen zg te beproeven welke de goede en weibehagende en volmaakte wil van God zij. Ik was ook overreed en j kon gelooven, dat de Heere aan zgn zijde niet kon of wilde veranderen, noch in zgn liefde, noch in zgn verbond, noch in zgn eer, noch in zgn belofte, aan zijn volk gedaan. Want dis genadegift Gods en zijn roeping zgn onberouwelijk en daarom ook onveranderlijk ;• I en zulks was voor mij een stof van blijdschap en verheuging in den God mijns heils.

Het gebeurde ook te Zevenhuizen, op een avond, omtrent acht uur, van mgn beroep gaande, dat de Heilige Geest mgn ziel in een opgewekte gestalte bracht; ik werd een verborgen en gevoelige trekking gewaar; de Heere Jezus kwam onder mgn zielsoog, en zgn j Persoon werd de overdenking mgns harten. Door het mediteeren en beschouwen van Hem, gevoelde ik, dat Hij mg'n ziel als lokte, om naar mgn hart te spreken en bij Hem te komen in de woestgn; dat is: in het afgetrokken eenzame, uit het gewoel der wereld. O l zgn schapen kennen zgn stem, en zg' volgen Hem.

Mg'n ziel ging ook uit vanwege zgn spreken; ik ging naar buiten j in het open veld, en mgn geloof werd door de liefde voor Hem werkzaam in sterke begeerten voor Hem. Ja, de Heere Jezus is gewillig, I om te helpen, Hg' laat zich niet tevergeefs zoeken, en Hij wacht, maar, om genadig te zgn; zgn stem tot mg' was: „Gg' hebt Mij het I hart genomen met een van uw oogen, dat het geloof is, en met I een keten van uw hals, dat de liefde is tot Mij." — Hij stond aan de deur van mgn hart, om in te komen, wanneer ik op mg'n knieën voor Hem nederlag, en mijn ziel ging door het geloof en de liefde tot Hem uit; ik zette mg'n hart voor Hem open en zeide: „Heere Jezus! mijn Liefste, Gij Gezegende des Heeren! Gij Schoonste onder alle menschenkinderen! waarom zoudt Gij buiten staan?"

Wat was er niet een vereenigende omhelzing en liefde tot den j Immanuel, dien sterken God, wanneer Hij tot mijn ziel inkwam t Hij deed mg' zijn uitnemende liefde zoo gevoelen, dat ik als bezweek. Maar Hg' ondersteunde mg met appélen en flesschen, die ik noodig | had; ja, ik was krank van liefde; zgn gehemelte was enkel zoetigheid ; I ik ontdekte en zag door het geloof, dat alles aan Hem gansch j

Sluiten