Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Heere was haar goed, als een lid zijnde van het ware Israël. Zij is een voorbeeld geweest, gelijk godzaligen, die haar gekend hebben, nog kunnen getuigen, in haren weg van lijdzaamheid, gehoorzaamheid, zachtmoedigheid, gemoedigdheid en 's Heeren weg te heiligen, te aanbidden en goed te keuren. Tot haar einde toe heeft zij daarin volhard; en getrouw zgnde tot den dood, heeft zij de kroon ook verkregen, want weinige dagen vóór haren dood kwam de Heere haar voor onder die belofte: „Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde; Ik heb u in de beide handpalmen gegraveerd; uw muren zijn steeds vóór Mij." —Zij werd daarop in het geloof zoo werkzaam, dat zij moest zingen met Lodenstein:

Verblijd, verblijd u te allen tgd! Dat is onze eeuwge erve, eeuwge erve, Getroost en zonder vrees te zijn,

In leven en in sterven; Laat ons vroolijk zijn, vroolijk, vroolijk! Laat ons vroolijk zijn, vroolijk zijn!

En daarop zong zij nog vóór haren dood het derde vers uit den 150sten Psalm. Ik zeide, wegens haar doodelijkezwakheid: „Vrouw! zingt gij nog?"

„Ja!" — zeide zij — „Gij moet met mij zingen uit den 84sten Psalm, het eerste vers."

Ik vroeg haar: „Hebt gij nu ook met den dood te doen?"

„Neen!" <— zeide zij — „Alle vrees is Weg. Ik weet nu in wien ik geloofd heb. Ik heb den goeden strijd gestreden; ik heb den loop geëindigd; ik heb het geloof behouden; voorts is mij weggelegd de kroon der rechtvaardigheid, welke mij de Heere, de rechtvaardige Rechter, in dien dag geven zal en niet alleen aan mij, maar ook aan allen, die zgn verschijning liefgehad hebben."

Verder zeide zij tegen mij: „De Heere Jezus toont mg nu, dat Hij is heengegaan, om plaats voor mij te bereiden in zijns Vaders huis, opdat ik zou zijn. waar Hij is." — De Heere Jezus was haar nu

M nog dierbaar door het geloof, want zij zeide: „Hij is mij als een | bundelken mirre, dat tusschen mijn borsten vernacht."

Ik zeide tegen haar: „Vrouw! mocht ik nu medegaan, waar gij H nu haast zgn zult, om met u en alle gezaligden het Lam eer en heerlgkheid te geven!"

Zij antwoordde mij: „Gij zult mij haast volgen, en gg zult geen gebrek hebben."

Sluiten