Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

betrekking tot God den Vader was verbroken en Adam gevoelde dat zijn liefderijken Schepper, zijn rechtvaardige en onomkoopbare Rechter geworden was, en hem naar het rechtvaardig oordeel Gods niets anders dan tijdelijke en eeuwige straffen wachtende waren. Gen. 3.

Dat wij ons verwonderen dat de Heere den mensch (dat pronkstuk van de Schepping), in wien nu het gansche beeld Gods was verwoest geworden, niet terstond verdelgd heeft van Zijn aangezicht. Maar neen, hoewel van dat heerlijke Godsbeeld niets in den mensch was overgebleven, zoo had de Heere nochtans hem overgelaten verstand en consciente, als eigenschappen der ziel, die de Heere in zijne neusgaten geblazen had. Doch wat de ellende verzwaarde, was, dat dat heerlgke verstand was verduisterd en de consciëntie bezoedeld en bevlekt.

Hun heldre geest is thans geheel verduisterd; Hun oordeel gansch bevangen, niet meer vrij, . Hun willen aan de zonde vastgekluisterd, De vrije mensch, — helaasI — in slavernij!

Maar terstond na den val openbaarde zich een straal der Goddelijke liefde.

God zoekt Adam op!

Onbegrijpelijk wonder! God zoekt Adam op; Adam die voor God gevlucht was en die voor altijd Zijnen Schepper zou ontvlucht zijn, wanneer God hem niet had opgezocht.

."Waar zijt gij?" zoo klonk de stemme Gods in het Paradijs, en met dit woord werd de misdadiger gedagvaard voor den Rechter van hemel en aarde en begon de groote Gerechtshandeling aan tusschen God en den mensch. De zondaar wordt overtuigd van zijn schuld en het vonnis des doods over Adam en al zijn nakomelingen uitgesproken. God, die volmaakt is in alle Zijn Majestueuze deugden en eigenschappen, kan van Zijn recht niet afstaan en hoewel Adam het Verbond heeft verbroken, bluft God bij de strenge eischen van Zijn Verbond en blg'ft het "Woord van den Eeuwige van kracht: „ten dage als gij daarvan eet, zult gij den dood pterven."

Maar onder het besef van schuld, beladen met Gods toorn en vloek, openbaart zich een nieuwe straal van Gods liefde! Genade wordt verheerlijkt, het gezegende vrouwenzaad, de Christus wordt

Sluiten