Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gepredikt, en aan Adam en Eva vrijspraak van schuld en straf beloofd; nochtans werd hen verzekerd, dat zij in de wereld verdrukking zullen hebben.

Het was een pronkstuk van de almacht en wijsheid Gods, toen Hij den hemel en de aarde, de zee en al wat er in is, uit niet had voortgebracht, en t^en Hij ophield met Scheppen was Zijn eigen woord, dat Hij zag dat alles zeer goed wa?. De groote Bouwmeester had Zijn werk voltooid, doch dat kunstwerk zou niet altijd blijven. Het Paradijs, die schoone lusthof werd verwoest ; verloren door de zonde van hem, die als een heer gesteld was over het geschapene. Dat aardrijk zou doornen en distelen voortbrengen en in het zweet zijns aanschijns zou de mensch zijn brood eten. En deze schoone aarde zou eenmaal veranderd worden en' nieuwe hemelen en een nieuwe aarde eenmaal daar zijn, waar geen zonde maar eeuwige gerechtigheid wonen zal.

Doch éér nog iets begon te leven, éér nog iets van het geschapene in aanwezen was, was daar de Eeuwige, die God is van eeuwigheid tot in eeuwigheid, bij "Wien is een eeuwig heden. Bij Hem, de Heere Heére, Jehovah, de Drieëenige God, zijn duizend jaren als één dag en één d^g ab duizend jaren. In de stilte der eeuwigheid lag al het geschapene vóór Hem, dat slechts wachtte op Zijn woord: „daar zij", en het was er.

-Adam en al zijn nakomelingen lagen daar voor Hem,'verdoemelijk en verloren, in de macht der helle en des doods, terwijl een en allen ten eenenmale onmachtig waren, om zich uit dien poel van ja nmer en ellende te verlossen.

Toen, eer er nog iets begon te leven, eer nog een engel klapwiekte voor Zijn troon, toen maakte God de Vader, met Zijn Zoon het ontwerp van een ander gebouw, een nieuwe Schepping, hetwelk zou worden opgetrokken uit de puinhoopen van het gevallen menschclijk geslacht. Tit. 1 : 2, 2 Tim. 1 : 9. Dat gebouw zoude alleen gegrondvest zijn op vrije genade, niet uit de werken, opdat niemand roeme. Eph 2 : 6.

Dit nieuwe gebouw is een gebouw van genade, waarvan iedere steen, van den fondamentsteen tot den sluitsteen toe, ja zelfs het cement waarmede de steenen aan elkander worden gevoegd, rijke, vrije, ongehouden en loutere genade is.

In die stille eeuwigheid' waren de drie Personen in het Goddelijke Wezen vergaderd. En ... . het oor des geloofs luistert aan

Sluiten