Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

er de hoekige brokken af te- houwen, en was dit werk gedaan, dan lag daar de steen in het vierkant, nochtans zeer onoogeljjk en allesbehalve geschikt om aan dien prachtigen tempel te kunnen dienen. Doch het ruwe gereedschap werd op zijde gelegd en fijner ter hand genomen, en onder de bewerking begon er de natuurlijke ruwheid af te gaan; en al gladder en gladder werd de steen, totdat er eindelijk zooveel glans op lag alsof het een spiegel ware. Met welgevallen beschouwde de werkmeester toen het voltooide werk. En Salomo, die een bijzonder welgevallen in die steenen had, in de kleine zoowel als in de groote, beschouwde dan zulk een steen aan alle kanten, en van onder en van boven en aan de zijde weerkaatste bet beeld van den Koning als in een spiegel. De steen was gereed en Salomo gelastte aan eenige jongelieden met zuivere, onbezoedelde handen om dien op te nemen, en te brengen in de koninklijke stid, waar elke steen op zijn eigen plaats kwam aan den tempel, als conform het bestek door Salomo van zijn koninklijken vader David ontvangen.

De steenen waren van verschillende grootte, en elk bad" een sierlijke gedaante en eene sierlijke plaats, doch de cene steen stak boven de andere uit, hoewel zelfs in het allerkleinste steentje de wijsheid en bekwaamheid van den Bouwmeester uitblonk.

Zoo werd de eeno steen achter den anderen, gereed zijnde, aan den tempel aangebracht, tot dat na verloop van jaren het geheele gebouw gereed was en de sluitsteen er aan werd toegevoegd. En toen Salomo in den tempel kwam toen werd het gansche huis met de heerlgkheid des Heeren vervuld. l.Kon. 8 : Ih

Jaren daarna werd dezen kostbaren tempel door den Koning van Babel van zijn kostelijkste vaten beroofd en geplunderd. Later herbouwd en hersteld onder de leiding van Ezra en Nehemia, bleef nochtans do heerlijkheid van den tweeden tempel verre achter bij die van don eersten door "Salomo gebouwd. Echter is aan dien tweeden tempel eene eer te beurt gevallen, die de eerste nooit beeft gehad.

Salomo, de rijke, wijze en hoogvereerde Koning, die van den Heere zelf den naam ontving van Jeditjah, dat wil zeggen: Gods lieveling, was slechts een type of schaduw van Hem, die eenmaal in den tweedon tempel staande, uitriep: „meer dan Salomo is hier."' Luk. 11:31. Deze was de ware Jeditjah,

Sluiten