Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in mijn hart is, mij geeft uit te'spreken. Hij is een wonderschoone Koningszoon. Zijn Vader, Wiens eenigen ééngeboren Zoon Hij is, is nu mijn rijke Vader, die mij als Zijn kind aangenomen heeft, alleen ter wille van mijn Liefste. Ik was bij mijn eersten man diep in schulden geraakt, Hij heeft ze allen betaald, zoodat al de scbuldeischers bevredigd zijn. Ik leef nu uit Zij a kapitaal, daarvan krijg ik telkens de rente. Doch ik krijg nooit veel op eens, omdat ik van nature een doorbrengster ben; en als ik Hem uit het oog verlies dan zou ik alles verkwisten. Ik blijf onder dat allei in mij zelve maar een ellendeling, want het gebeurt mij somtijds dat ik niet de minste schoonheid of dierbaarheid in Hem zie. Doch als ik dan zoo ellendig ter nederleg en mijn Vriend zet mij weder op de wagens van Zijn vrijwillig volk, dan ben ik dat alles spoedig weer vergeten en gevoèl mij in Zijnen aanblik zoo gelukkig, dat ik met de engelen niet zou willen ruilen.

Toen ik met mijn eersten man. nog getrouwd was, waren mijne kleederen maar lompen, schorten die ik zelf gemaakt had van vijgebladeren, en in mijn kleêrenkast had ik nog een kleed, dat van tweeërlei stof was gemaakt. Maar als mijn man zag dat ik dat wilde aantrekken, dan sloeg hij mij zoo erbarmelijk, dat ik in een ""hoek kroop en mij, zoo goed ik kon, met de vijgebladeren bedekte. Doch toen ik het voorrecht had, zooals ik nu heb, zie ik er geheel anders uit. Mijn Vriend heeft mij al mijn vijgebladeren uitgetrokken. Hij heeft mij sierlijke kleederen aangedaan, mij omhangen met den 'mantel.der gerechtigheid en een reinen hoed op het hoofd gezet met een gouden plaat- er op, waarop gegraveerd staat: „heiligheid des Heeren." Daarbij ^heeft Hij mij wisselkleederen gegeven, die ik aantrek als ik tot Hem ga. Overigens heb ik nog een reiskleed, dat dikwijls zoo bestoft is, dat als men er op slaat, het is of het een meelzak is, zooveel stof vliegt er dan uit. Dit kleed draag ik echter maar, zoolang totdat het huwelijk voltrokken-wordt, dan leg ik het voor goed af.

Ik ben een vreemd schepsel, dikwijls mij zeiven een raadsel. Het schijnt mij vaak toe dat ik al meer en meer achteruit ga, maar als de Zon helder schijnt, dan zie. ik toch dat ik vorder. Somtijds denk ik dat Saul de overhand zal hebben, maar als dan mg'n Vriend tot mij zegt: „Ik zal voor u strijden", dan heb

Sluiten