Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Gileaditers du zijn steenen der getuigenis, want dat is do beteekenis van hun naam. En wat getuigen ze? Ze getuigen en ze zullen het eeuwiglijk verkondigen dat God God is, en dat zij menschen zgn. Deze zijn het, van wien de Almachtige zelve getuigt: „gijlieden zijt Mijne getuigen dat Ik God ben". Jes. 43: 12. Het zijn alzoo de levende steenen, die het woord juist kunnen uitspreken. Schibboleth beteekent „korenaar". En zoo zijn ze in het spreken tot den Heere en tot elkander, van hunne moedertaal. Zij spreken en toonen het koren in de aar, het zuivere koren, dat rijpt voor de hemelsche korenschuur. Maar zij spreken er ook van, hoe dat plantje groeit in lage aarde. Zij dragen hun schat in aarden vaten. Zij hebben te gewagen van genade, en roemen alleen in den Heere, want daar zonder stroo en kaf het koren niet groeien kan, zoo weten ze toch, dat de verdorvenheid die hen steeds aankleeft en eene gedurige oorzaak van droefheid is, evenals het stroo en het kaf zal verbrand worden en de geestelijke mensch eenmaal, zal ontdaan worden van alle aardsche en vleeschelijke omhulsels en eene plaats zal innemen onder de gemeente zonder vlek of rimpel.

Zien we nog even op den krijgsoverste"die aan de spitse staat der Gileaditers. Het is Je'phta, dat beteekent „deur". De verklaring ligt voor de hand. De ware Richter, die aan de spitse staat van het volk van God, is het die gezegd heeft: „Ik ben de deur". Job. 10: 7. Jezus de Koning Zijner Kerk is zelf de deur, waardoor ze in het heiligdom ingaan. Hij leert ze^preken, zuchten, kermen, worstelen, strijden en overwinnen. En in Zijne kracht brengen ze al de Ammonieten, dat wil zeggen: „pochers", zoowel als de Ephraimieten ten onder.

Mijn lezer! hoe staat het met u ? Zijt ge nog onder die van Ephraim P De Heere leere u, vóór dat gij aan de doodsrivier komt, de taal van den waren Gileadieter: „o Gou! wees mij zondaar genadig!" Luk. 18: 13.

Of hebt gij de eerste klanken van de tale Kanaans geleerd? De Heere leore u verder, opdat gij weldra zoo goed geoefend zijt, dat gij niet alleen A. B., maar in èènen adem B. A er op kunt laten volgen, dat is: „ A b b a! Ta der!"'

Op dan, gij mannen van Gilead. Met Jephta aan de spitse is dp overwinning zeker, en als in den laatsten strijd gevraagd wordt: „zijt gij een Gileadieter"? dan zegt ge blijmoedig:

Sluiten