Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of ze ook nog ter eeniger tijd zouden kunnen gered en verlost worden.

Dat de pogingen van de zoodanigen en hun moeielijken arbeid en strijd onwettig zijn, behoeft geen betoog. Deze strijden niet om in te gaan in de enge poort, maar om over den muur te klimmen en zoo op den weg te komen. Hun einde zal vreeslijk zijn, zij zullen meenen in te gaan en niet kunnen. Zij zullen, wanneer ze voor den rechterstoel verschijnen van Christus, mogen zeggen: „wij hebben op de straten geleerd, wij hebben duivelen uitgeworpen en vele krachten gedaan", Matth. 7 : 22, de Heere Jezus zal hun dit ontzettend antwoord geven: „ga weg van Mij Ik heb u nooit gekend '. Matth. 7:23.

Maar er is ook een onwettige strijd om wettige zaken. De gezochte voorwerpen zijn wettig en goed, maar ze worden gezocht in een onwettigen weg.

De mensch is van nature, uit kracht van het verbond der werken, aan de wet verbonden; worden nu door het ontdekkend licht des Heiligen Geestes de oogen der ziel geopend, dan is het beter worden, het houden van de wet de strijd, die alleen ten doel heeft om God te behagen. Men strgdt om rechtvaardigheid en heiligmaking en zoekt deze weldaden deelachtig te worden door onwettige middelen. Hetgene gezocht wordt en waarom gestreden wordt is goed, maar de wijze waarop zulks geschiedt deugt piet. Nochtans is het zeker, dat deze strijd zal ophouden in den tijd, want waar de Heere de ziel zaligmakend heeft ontdekt, daar is zulks een planting en werk Zijnér handen, dat niet uitgeroeid zal worden en waarvan Hij dus alleen de eer zal en wil en moet hebben.

Deze strijd is weinig beloonende, want de wet heeft geen enkele belofte, geen troost noch vrede. Hoe méér de ziel zich aftobt om door wettische werkzaamheden Gode te behagen, hoe méér zij hare algeheele onbekwaamheid ten goede kennen leert, en tevens de geestelijkheid van de wet aan haar ontdekt wordt. Daardoor wordt zij hoe langer hoe ellendiger en armer, totdat ze eindelijk begint te zien dat zij niet in staat is om met al die wettische werkzaamheden eenige vordering te maken op den weg naar den hemel, totdat zij komt als een gansch ontbloote, wanneer ' bevestigd wordt wat er geschreven staat:'dat de Heere zich wenden zal tot het gebed desgenen die gansch ontbloot is. Psalm 102: 18".

Sluiten