Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daaraan werkt, hoe grooter de bres in den muur wordt en hoeveel te meer licht er in schijnt. Heden wordt een addernest gereinigd, morgen vindt hij er een vol basilisken, en na verloop van tijd ziet hij dat noch adderen noch basilisken zijn uitgeroeid. De nood rijst al hooger en hooger, alle krachten worden ingespannen, het zweet perst door de poriën van de huid, om toch alles in het reine te krijgen. Te vergeefs. Het schijnt al werkende achteruit te gaan. Nochtans is dat waarlijk zoo niet, want langs dezen weg is het dat de Heilige Geest de ziel ontdekt, dat er een Ander aan te pas moet komen en dat van dien ouden boom, dien ouden mensch, (terecht oude mensch, want hij is de oudste), niets goeds komt, en dat men met zeep en salpeter niet verder komt en alle eigen pogingen ijdel zijn.

Zoo wordt de ziel ontledigd van zich zeiven, en zij er toe gebracht om haar leven te verliezen en overtuigd dat alle hare wettische werkzaamheden geen vrede aan de ziel kunnen schenken en dat zij met al haren ijver een groene boom is, die langer hoe meer wordt verdroogd, en dat zij is overgelaten als een mast op den top van een berg.

Zwaar is het kruis dat de pelgrim torscbt, afmattend de strijd, waardoor hij niet verder komt. Hij weet niet meer wat van zich zeiven te denken en waar hij vroeger meende dat genade aan zijne ziel was verheerlijkt, daar is het hem, alsof hij zweeft tussohen hemel en aarde; bij de wereld hoort hij niet en kan 't er niet bij uithouden, en bij Gods volk durft hij zich niet meer voegen. Hij had zich den kruisweg geheel anders voorgesteld en gedacht, dat hij nu rein en zonder zonde zou gaan leven, doch hoewel de uitwendige zonden zijn afgebroken, is hij zoo vol van verdorvenheden, dat hij geen raad meer weet. Onder dat alles blijft hij roepen uit de diepte der ellende en Psalm 130 is zijne spijze dag en nacht.

Maar ziet, de medelijdende Hoogepriester zag uit Zijn hoogen hemel op dien afgetobden worstelaar neêr. Er waren onder dien strijd van onder eeuwige armen, maar de ziel wist het niet. Liefde, onbegrijpelijke liefde ontfermde zich over den door onweder voortgedrevene en ongetrooste, en beloofde zijne steenen gansch sierlijk te zullen leggen en hem op saffieren te zullen grondvesten.

Dezelfde Geest, die de ziel overtuigde van zonde, gerechtigheid en oordeel, overtuigt haar nu dat Christus haar is geworden

Sluiten