Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„fermenden Gods. Dus alles wat bij u naar bekeering gelijkt, is „maar inbeelding en te vergeefs, gij zijt een verworpeling."

Is het wel onder woorden te brengen, hoo dit eene bekommerde ziel pijnigt en nedergebogen den weg doet opgaan?

Op een anderen tgd, meestal geheel onverwachts schiet hij een andere pijl en zegt: „gij hebt geen genade, want gij zijt „niet wedergeboren en daarom deugd al uw werk niet. Gij weet [de tijd noch de plaats waar zulks zoude geschied zijn Gij weet 'niet eens het middel tot uwe bekeering. Al uwe werkzaamhe- ■ „den en beroeringen komen voort uit eigenliefde en uit schrik „voor de hel".

Die door deze pijl worden getroffen, zouden wij wel eens vragen , of het hen dan onbekend is, dat men de bekeering deelachtig kan zijn, zonder tijd, plaats en middel te weten. Hier is het noodig om er op te letten, waar het de ziel voor het tegenwoordige om te doen is, en dan op de waarheid en oprechtheid van hare verbrijzeling. Daarbij moet niet vergeten worden, dat de liefde tot behoudenis en de schrik voor het bederf gevonden worden in allen, die -de Heere overbrengt uit de duisternis tot Zijn wonderbaar licht.

Maar hierin ligt juist des duivels list, en openbaart zich het venijnige van zijne pijl, dat hij op deze wijze een twijfelende ophoudt met dwalende gedachten, opdat ze onzeker zoude blijven in het vastmaken van hun aandeel aan Christus.

Later komt hij weêr op een andere wijze, en legt het er steeds op toe, om zulk een dubbende ziel wankelende te houden. Hoort wat hij' zegt: „Mensch! wat verbeeldt gij u wel, zoudt ge denken ,dat gij geloof hadt. Het gelijkt er wat naar, want bij het „minste gevaar dat u dreigt, of bij de eene of andere ziekte die ,u aanvalt, waarop de dood kan volgen, zijt gij aanstonds vol .beroerte en schrik. Gij zijt niet anders dan een goddelooze, gij mist alle vertrouwen, stilheid en tevredenheid inplaats dat gij „zeggen zoudt: dood! waar is uw prikkel? helle! waar is uwe .overwinning? en met David te zingen: „al ging ik ook door "een dal der schaduwe des doods, ik zal geen kwaad vreezen.' " Wie merkt niet de boosheid van deze vergiftige pijl, waarmede de aartsvijand de wankelende onverzekerde bespot en het werk, in haar door den Heiligen Geest gewrocht, van nul en geener waarde uitkrijt.

Sluiten