Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo zien wij hem wederom met moed voortwandelen, het kru's op de schouders, zijne voetstappen zettende in die van zijnen Meester en Hem in stilheid achterna wandelende. En als wij hem daar zoo zien voortgaan, luisteren wij naar zijn overpeinzingen, wanneer hij andere pijlen van den booze beschouwt.

Daar snort een pijl uit zijn helschen koker, die met hevig geweld tegen het zwakke hart aanvliegt, als hij zegt: „gij walgelijk schepsel, klomp van zonden als gij zijt, wat zoudt gij „meenen genade te hebben? Dat kunt gij zelf wel begrijpen, dat „die zaak voor zulk een monster als gij zijt veel te groot is, 't is louter inbeelding van u."

Hoe leugenachtig vertoont hij zich dan alweder, want wordt niet in 't redden van doemschuldigen juist de Heere verheerlijkt en is het niet het.grootste bewijs van den rijkdom Zgner liefde, dat Hij aan onwaardigeh, aan de grootste en snoodste der zondaren Zijne genade wil verheerlijken. Dit maakt al de genegenheden van de uitverkorene vaten gaande, dat de Heere op zulke walgelijke zondaren in ontferming heeft willen nederzien, waardoor een Jakob uitriep: „Ik ben nog geringer dan alle de trouw en weldadigheid, die Gij aan Uwen knecht gedaan hebt" Gen. 32 : 10, en een David: „Wie ben ik, Heere! Heere! en wat is mijn huis, dat Gij mij tot hiertoe gebracht hebt," 2 Sam. 7 : 18 en een Paulus: „Dit is een getrouw woord en aller aanneming waardig, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is, om zondaren zalig te maken," er bijvoegende: „waarvan ik de voornaamste ben.' 1 Tim 1 : 15. . Het wordt menigmaal bij eene kleinmoedige ziel bevonden, dat zij moede is van haar zuchten, dat zij kermt en klaagt over gebrek aan licht, aan troost en heiligheid, en terwijl zij den Heere Jezus achterna weent en zij eene biddende aanklevende gestalte heeft, zij nochtans wordt aangevallen dat zij niet meer bidden kan. Dan zegt de duivel: „indien gij genade hadt, zoudt „gij kunnen bidden, want die den Geest van Christus hebben, „die kunnen bidden en die worden verhoord, en gij wordt niet „verhoord, een bewijs dus dat al uw werk maar voortkomt uit „een dwalend hart."

Hoe blijkt het dat gebrek aan licht de oorzaak is, dat. zulk eene ziele vatbaar is voor zulk een pijl, daar juist hare werk-

Sluiten