Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoete Jezus! noch aan klippen, Noch aan welgrond houd ik vast, Maar aan d' orakels Uwer lippen, En aan 't bloed op 't kruis geplast.

En zoo bevind ik Hem een getrouw Voorbidder, die alles bij den Vader vermag en eischt op Zijn eigen recht. Hoe begeerlijk is mij die Hoogepriester, die alle mijne gebeden ondersteunt en steeds den toegang voor mij openhoudt tot den Troon der genade Zoo is Hij ingegaan in het binnenste Heiligdom,, door het gescheurde voorhangsel, waar Hij altijd leeft om voor de Zg'nen te bidden.

Zie ik op mijnen Jezus als Koning van eeuwigheid, dan daalt er een stille vrede in mijn hart; want dan wordt het mij zoo klaar, dat ik te midden eener woelende wereld niet verlaten ben, en dat ik tot een volk behoor, waar de KoDing in 't midden staat, die door Zijn Koninklijken luister, die van Zijne Majesteit afstraalt, mij met al Zijne onderdanen maakt tot een Koninklijk Priesterdom, te midden van een krom en verdraaid geslacht. Een Koning, die al mijne behoeften kent en al mijne belangen weet, Wien alle macht is gegeven in hemel en op aarde en gewisselijk mijn recht zal doen aan het licht komen aan alle Zijne en mijne vijanden; die zulk een onmetelijken rijkdom bezit, dat al het goud en het zilver het Zijne is en ook mij diensvolgens met Zijne schatten vervult; die daarbenevens zulk een goedertieren en allerzachtmoedigsten Koning is, zoodat Zijne regeering een aller gezegendste en Zijn juk bij uitnemendheid zacht en Zijn last onuitsprekelijk ligt is.

Deze Koning te aanschouwen met het oog des geloofs is hemelsche wellust, want alles wat aan Hem is, is gansch begeerlijk.

Gij zult ons nimmer, nimmer liegen,

Mijn Koning, Gij die de Amen zijt; Nooit zal ons 't Vreêverbond bedriegen,

"Waardoor ons leven werd gewijd! "Wij slaan met dankbren eerbied gade

Het zegel onzer erfenis, En houden vast aan die genade,

Die ons meer waard dan 't leven is.

Wie, in hemel of op aarde, zoude er kunnen zijn die ooit do Koning in Zijne schoonheid heeft gezien , die niet meer en meer begeerig wordt om Hem in al Zijne graveerselen te beschouwen?

Sluiten