Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

land eiken rustdag en daarbij nog menigen avond door de week, den kansel mocht betreden, dan zinkt hij in aanbidding en verwondering voor den Heere neder, die van alles de eer heeft. Onder verschillende gemoedstoestanden ging dat werk door; nu eens ging de Satan met mij tot onder aan den predikstoel, terwijl, wanneer ik er op was, hem niet toegelaten werd op te klimmen en hij met de jongens en den ezel onder aan den berg moest blijven. Dan weder ging ik met den vijand en den ouden mensch den predikstoel op. Voorwaar een slecht gezelschap, en als ik dan de schare voor mij zag en het bovendien nog donker was van binnen, zoodat het angstzweet mij uitbrak en ik dacht in alles te feilen, toonde juist de Heere later, dat het zaad in goede aarde was gevallen. O wat zijn dat heilzame wegen voor den prediker, wanneer hij als een gansch ontledigde wachten moet op de invloeden des Geestes. Pijnlijk is het voor het vleesch, maar nuttig voor de ziel, wanneer hg niet meer preeken kanen de nood hem toch is opgelegd; dan worden de stormrammen tegen den Hemel gericht en wordt het eerst recht ondervonden wat de Koning zegt: ā€˛zonder Mij kunt gij niets doen."

Dat hij die het Altaar bedient er ook van eten mag, mocht ik ruimschoots ondervinden, niet uitwendig, want de Heere heeft er voor willen zorgen dat de duivel mij nooit heeft kunnen verwijten dat ik een broodprediker was, want ik heb altijd meer toegelegd, dan overgehouden. Maar inwendig mocht ik en mag ik nog ondervinden, dat, waar ik een ander mag leeren, ik zelf geleerd word, en mijn getrouwe Koning mij met zulk een ruime bezoldiging en onzichtbare schatten bedeelt, dat ik te arm van sprake ben, om Hem daarvoor naar waarde te loven.

Misschien vraagt iemand, of ik nu al wist dat mijn naam in bet boek der eeuwige verkiezing stond? Ik zal er iets van zeggen. De leer van souvereine genade, mij van den Hemel bekendgemaakt, was mij dierbaar, en hoewel ik menigmaal het verwijt moest hooren dat ik de verkiezing op den voorgrond stelde, zoo meen ik dat geen enkel bevindelijk prediker die leer op den achtergrond zal stellen. Doch ter zake Ik mocht veelmalen uit de vruchten opmaken, dat ik voor God rechtvaardig was en door het geloof aannemen, dat Hij mij hau liefgehad met een eeuwige liefde. Maar om te zeggen, dat die zaak binnen in mij was voltrokken, dat kon ik niet. Maar wat gebeurde?

Sluiten