Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoe pijnlijk mij die wonden waren laat zich denken, terwijl ik er moet bijvoegen, dat na verloop van jaren, als de scherpe Noordenwind mijn hof doorwaait, de litteekens nog pijn doen"

III.

DRIEËRLEI GENADE.

'k Was een kind in de genade en lag gedurig zuigende aan de borsten der vertroosting. Eén blik uit het vriendelijk oog van mijn Zaligmaker was mij hemelsche wellust. Ik zwom in zalige liefde en weelde, omdat aan mij, de grootste der zondaren genade was bewezen. Ik had met geen zonde meer te doen, en dacht dat ik van dat onreine voor goed verlost was. Ik had nu genade, maar ik was er blind voor dat ik bij die genade ook nog mgn eigen werk inleverde. Och! wat heb ik mijn Maker een moeite aangedaan , eer dat die steunsels mg' uit de handen waren geslagen.

Maar mijn Zaligmaker zeide: ,Ik wil," en dat was voor Hem genoeg.

Dat zoete leven week; de zonden werden weder levendig; de liefde verkoelde; de ijver verflauwde, en ik dacht dat er nooit meer iets van mij zou terecht komen. Ik had den ouden Adam op allerlei wijze zoeken schoon te wasschen, doch met hoeveel zeep en salpeter van eigen fabrikaat ook, het baatte niet, de Moriaan bleef zwart, ja werd lang hoe zwarter. Ik was vermoeid van den arbeid* ik bezweek er onder; ik.kon niet meer. Lang had ik mij krampachtig vast gehouden aan het vlotgras, evenals een drenkeling, die een stroohalm grijpt om zich te redden. Telkens brak het vlotgras af en al werd mij gedurig toegeroepen: „laat los en u zal los gelaten worden," ik bleef vast houden, tot dat ik eindelijk die stroohalmen van eigengerechtigheid los liet, mij allen grond onder de voeten weg zonk en ik dacht voor eeuwig om te komen, maar:

Jezus laat wel zinken, Maar doet niet verdrinken.

En, zoete en zalige verwisseling, ik kwam in mij zelve om, en vond mij weder in de armen van den Heere Jezus. Nu leerde ik verstaan, wat vrije genade was, waarbij ik, ellendige zondaar, niet het minste in aanmerking kwam, maar dat ik nu,

Sluiten