Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

■ Sjr'.

alleen om het eeuwig welbehagen, er deel aan had, zooals geschreven staat: „die de Zone vrij maakt, die is waarlijk vrij."

En nu de derde genade? Dit was personeele genade, zoodat ik het gezegende onderwerp was van vrije genade, en ik duizend malen en nog eens duizend malen moet uitroepen: en dat aan m ij! aan m ij, den grootste der zondaren, die een bederver ben van moeders lijf af, die het uit zich zeiven niet beter maken zal, doch nu weet, wat het beteekent, niets te hebben en nochtans alles te bezitten. Amen. Hallelujah!

iv.

ZIJ IS REEDS BOVEN.

Jaren achtereen heb ik door dit donkere dal der wereld, als een doode onder de lijken, gewandeld en eiken dag leerde ik al meer verstaan, dat het leven een damp en de last des levens zwaar te dragen is.

Wat al weeën zijn er door mijne ziel gegaan. De teederste snaren mijns harten zijn gesprongen, wat al teleurgestelde hoop, wat al in puin gestorte luohtkasteelen, wat al adderen en basilisken, wat al verscheurend gedierte op mijnen weg.

En wat was ik deugdzaam! Geen kreukje of^smetje was er op mijn kleed. Niemand wist iets op mij te zeggen, ik had alle menschen lief, ik bad en dankte en ging ter kerk en gevoelde mij recht tevreden bij de bewustheid zoo wèl te leven.

En nu! wat is dat alles veranderd! Ik zou bijna zeggen: ik ben dezelfde niet meer. Vanwaar die omkeering? Dat hebt Gij gedaan, ELeere Jezus! Toen ik niet naar ü vraagde, toen hebt Gij mij opgezocht en mij, zoo walgelijk, zoo blind, zoo naakt, zoo ellendig gevonden, zoo als ik zelf niet wist dat ik was. Dat hebt Gij gedaan, Heere Jezus! om mij te doen verstaan dat ik ellendig, maar tevens dat bewustheid van ellende nog geen verlossing was.

Zoo had ik van tijd tot tijd diepe indrukken van mijn verloren toestand. Dan weder gingen weken, ja maanden voorbij, dat ik geheel en al der ijdelheid onderworpen was en ik even

Sluiten