Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoorde ook mijn gepiep en gesjilp en nooit, nooit zal ik het vergeten en de eeuwigheid zal er. nog van gewagen, boe mij voor de eerste maal de genade werd geschonken om te gelooven, dat ik op den eeuwigen Rotssteen stond.

Ik was gezeten onder de zuivere prediking des Woords, zoo zeldzaam in onze dagen. Ik wist niet wat mij wedervoer, het was mij alsof de Heere Jezus bij mij was en het was ook zoo; mijn z elsoog aanschouwde Hem, ik gevoelde Zijn liefelijke nabijheid. „Och Heere Jezus!" zoo kermde ik, „och! of ik het eens weten mocht dat ook voor mij Uw dierbaar bloed gestort was, och! of ik eens uit Uw mond daarvan de bevestiging hooren mocht, maar ach! mijne zonden zijn te groot en te veel, als bergen en zeeën zijn ze mij."

„Vrees niet, geloof alleenlijk," zoo klonk mij de liefelijke stem in de ziel. „Ik ben de uwe en gij zijt voor eeuwig de Mijne."

Maar de Satan liet zijn prooi nog niet los, als woedende kwam hij er tusschen en toonde mij een gansche menigte zonden, onafzienbaar als de sterren des hemels. „Oa weg, Satan!" zoo hernam ik, „mijn Jezus heeft ze getorscht aan het hout der vervloeking." En zacht ruisohende als de stemme veler wateren klonken mij de woorden tegen: „vrees niet, geloof alleenlijk, ze zijn afgewasschen in Mijn bloed."

„Ja, uwe zonden," zoo grimde mij de Satan tegen, „maar er is nog meer." En nog grooter, nog zwaarder was de last, die nu op mij kwam aanrollen. Het was het pak mijner eigengerechtigheid, nog veel zwaarder dan die mijner zonde. Ik sidderde bij het gezicht van die beschuldiging. Doch mijn Borg trad wederom voor mij tusschen met deze woorden: „vrees niet, uwe gerechtigheid is uit Mij."

En zoo moet ik zeggen: wat is er sedert 20 jaren met mij veranderd. Ik zou haast niet gelooven dat ik dezelfdé mensch was. Maar ik ben ook dezelfde niet meer, toen was ik het eigendom van den vorst der duisternis, zonder dat ik het wist; nu behoor ik met lichaam en ziel aan mijn getrouwen God en Zaligmaker, die mij met Zgn dierbaar bloed gekocht en van alle geweld des duivels verlost heeft en mij geleiden zal langs gebaande en ongebaande wegen, tot dat ik gekomen zal zijn, daar waar ik, evenals de vrouwen bij het graf, Hem zien zal

Sluiten