Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

baar is. Is dit reeds reden genoeg, om ook op de schijnbaar geringste bizonderheid in de Schrift te letten, dan mag ik ongetwijfeld wel op belangstellende aandacht rekenen, nu de woorden, waarover ik iets in 't midden wensch te brengen, tot die woorden behooren, die de hoofdgedachten van de leer der zaligheid uitdrukken: men zou kunnen zeggen, die de klinkers vormen van het heilig alfabet.

'k Behoef u slechts te herinneren, dat het werkwoord „heiligen," bedrijvend of lijdend, of beide wordt gebruikt van God, van Christus, van den H. Geest, van menschen, van dieren: en van nog andere creaturen. Let gij daarbij er op, dat dit woord, en de zaak, nauw verwant is met deze andere woorden en zaken: heilig, heilig worden, heilig syn, het heilige, het heilige der heiligen, heilige dingen, heilige plaatsen, het allerheiligste, heiligdom, heiligheid, heiligheid der heiligheden, heiliging, heiligmaking — let gij daarop, dan is het u aanstonds duidelijk, dat wie het woord „heiligen" wil verstaan, in dezen heerlijken hof, of wilt ge, tempel der heiligheden Gods moet binnengaan. Ik kan thans slechts den weg derwaarts wijzen.

Eén woord, of liever: twee woorden. Onze Staten-vertaling heeft één woord in beide verzen: „heiligen." Dat de beteekenis niet de zelfde kan zijn in vs. 10 als in vs. 11, — alleen een zeer oppervlakkige lezing, of aanhaling op den klank af zou dat kunnen voorbijzien. Geheel het redebeleid wijst op een onderscheiden beteekenis. Ook het naaste verband. In vs. 10 is sprake van God die Christus heiligt, van Christus die geheiligd is geworden; in vs. 11 van heiligen, als een daad, een werk van Christus aan de geloovigen: en van Zijn volk dat door Hem geheiligd wordt.

Hoe men echter daarover denke, beslissend is het ge-

Sluiten