Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

juist van die hun zoo aanstootelijke maar Gode betamende vernedering van «den Zoon, welken God gesteld heeft tot een erfgenaam van alles." Cap. 1:1—4. Want dat lijden des doods had geen minder reden en doel dan: „opdat Hij door de genade Gods voor allen, Joden en niet-Joden, den dood smaken zou." Door Zijnen dood heeft Hij Gods kinderen van dood en duivel verlost. En dat kon langs geen anderen weg geschieden. De reden daarvoor ligt in Gods heiligheid, en hunne onheiligheid, hunne zonden. Want „het betaamde Hem,'' om Wien alle dingen zijn, en door Wien alle dingen zijn, dat Hij, vele kinderen tot de heerlijkheid leidende, den Oversten Leidsman hunner zaligheid door lijden zou volmaken. Want Hij die heiligt, en zij die geheiligd worden zijn allen uit één: zijn als zoodanig het maaksel van het hart en de hand Zijner genade. Daarom schaamt de Messias Zich niet die zondaren, welke God tot de zaligheid leiden wil, znne broeders te noemen. En omdat nu die broederen, die kinderen Hem gegeven, vs. 13, zondaren zijn, en uit die oorzaak lijden onderden toorn Gods en het geweld van duivel en dood: daarom, vs. 17, moest Hij niet alleen mensch worden als zij, maar hun in alles gelijk worden, ook lijden en sterven, gelijk zij verdiend hebben. Ja, Hij moest den dood „smaken", smaken in al de bitterheid van den vloek en toorn Gods, „opdat Hij, door den dood: a. te niet zou doen dengenen die het geweld des doods had, d. i. den duivel, vs. 14; en b. verlossen zou (#?r#AA#£}j) al degenen die met vreeze des doods door al hun leven der dienstbaarheid onderworpen waren. Dat konden de Priesters der wet niet uitwerken. „Want zoodanig een Hoogepriester betaamde ons, C. 7 : 26 vv... Dien het niet noodig was, gelijk den Hoogepriesters, eerst voor zijne eigene zonden slachtoffers op te offeren, daarna (voor de zonden) des volks: want dat heeft Hij -éénmaal gedaan, als Hij Zich

Sluiten