Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om van voren vast te stellen, wie God moet zijn en de mensch, en de Menschenredder — is meer dan ijdel pogen; 't is een onheilig bestaan, erger dan dat der Babylonische torenbouwers. En op scheuring en verscheuring, op hopelooze spraakverwarring loopt het altijd uit. „Het betaamde God" — huivering wekkend woord: wie durft, wie mag dat zeggen? God zelf zegt het, wil het in Zijn nederbuigende genade zeggen, om onzentwil. En nu mogen wij het ook zeggen, omdat de Geest Gods het ons heeft geopenbaard. Welk een hoogte, welk een diepte: Het betaamde God, om geen anderen dan een lijdenden Zaligmaker toe te laten, neen, te geven: niemand minder dan den Zoon Zijns welbehagens door het lijden des doods volkomen te maken, tot de eer van een voor eeuwig volbracht werk te brengen! En betaamde dat aan God, o mensch, laat dan toch af van alles dat God en Zijnen Christus in de noodzakelijkheid, volkomenheid en heerlijkheid van dezen eenigen weg ten leven miskennen zou.

Onder allen strijd en leugen op het gebied van denken, weten en doen: van theologie en godsdienst, roepe het geheiligd volk, de groote Gemeente, in wier midden de lijdende Messias den lof van God eeuwig zingen zal, Cap. 2:12, dezen roem des geloofs en der hope luide uit, van geslachte tot geslachte: En zulk een Hoogepriester betaamt ook onsl En Hij die heiligt, de tot in eeuwigheid volmaakte Overste Leidsman onzer zaligheid, zelf werke krachtig door Zijnen Geest, opdat deze Godlovende belijdenis, ook onder ons, haar waarmerk hierin vinde, dat het Huis des Heeren „door heiligheid sierlijk" zij!

Kampen, Jan. '85.

L. Lindeboom.

Sluiten