Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der Gemeente, gewerkt door den éénen zelfden Geest, die in Christus als het Hoofd en in de Gemeente als zijn lichaam woont, naar het besluit en bestel van God. Aan de Gemeente is dus ook opgedragen de bewaring en verbreiding en uitdeeling der verborgenheden Gods. Zij doet dat in verband met en door de ambten, door de ambtenaren van Christus, haar daartoe gegeven.

Er is dus geen Godgeleerdheid zonder en buiten de Gemeente denkbaar. Uit haar, door haar en voor haar is en moet zijn en zal altoos wezen de niet valschelijk maar met recht aldus genaamde Theologie — omdat de Gemeente uit, door en voor Christus is.

Een School der Theologie kan en mag dus slechts van de Kerk uitgaan en door haar bestuurd worden, evenzeer als zij tot hare verzorging van Christus wege verplicht is, en door die School gebouwd moet worden.

Die School nu heeft ook een zelfstandig leven en werken. Evenals elk lid en elk ambt een eigen leven en werkkring heeft. De Ouderling eerbiedigt het ambt des Leeraars, de Diaken treedt niet in het werk des Opzieners. Zoo ook hier.

De School, onze Theol. School bij name, heeft een ander werk en leven dan b. v. een Kerkeraad, of een Catechisatie. Haar werk is het te onderwijzen, en, onderwijzers met verzorgers en opzieners der School samen arbeidende, te onderzoeken en te bevorderen, d. i. akte van bekwaamheid te verleenen. De verhouding van Kerk en School is dus niet eene gecoördineerde, nevengeschikte: maar eene gesubordineerde, ondergeschikte, van de School. De Kerk onderwijst, onderzoekt, bevordert, stelt beroepbaar, edoch door de School: evenals zij, zonder de School, doch zich aansluitende aan het door haar zelve georganiseerde en/geëffectueerde werk der School, door de Glas-

Sluiten