Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wat zal eb ook Hu zijn ? 't Is mij als hoor ik op eenmaal mij toevoegen: houd op met die vraag te herhalen; dat vragend staren naar de toekomst betaamt niet en baat niet: zie slechts op het heden om dit wel te besteden.

Wat zullen wij zeggen ? Toegestemd aanstonds dat het heden goed moet worden besteed. Maar, strijdt hiermede dan het vragen naar wat morgen zal zijn ? Volstrekt niet, M. H., zoo ons vragen maar niet voortkomt uit verkeerde beginselen, niet geschiedt met verkeerde bedoelingen. Neemt gij de vraag van Ahia uit ijdele weetgierigheid over, als onwillig om God hier de toekomst te laten; doet gij ze onbedacht en onverschillig zonder u om het antwoord te bekreunen, alsof aan een ijzeren noodlot de wereld hing, en gij met de toekomst volstrekt niet te rekenen hadt; of is die vraag de uiting van uw gebrek aan vertrouwen op God, van kleingeloovige vrees, dat het nieuwejaar uw geluk in rampspoeden verwisselen zal, of jammeren voegen bij de ellende die u thans reeds doet zuchten, voorzeker, doet gij op deze of dergelijke wijze die irraag, dan moet het worden herhaald: houdt op; gij zijt bezig u te bezondi gen tegen Hem die het heden en het morgen bestuurt, gij schaadt uwe ziel. Niet onverschillig, niet ongeloovig, niet kleingeloovig, en evenmin ligtgeloovig, op valsche gronden hopend, mogen wij naar de toekomst vragen. Maar ten hoogste gepast is die vraag als zij de vrucht en uitdrukking is van wezenlijke belangstelling in de toekomst voor ons zeiven en anderen, van ernstige opvatting des levens. Zoo waar en gewigtig als het is dat wat nu toekomst heet zich dra als het heden aan ons opdringen zal, en met de beslissing van ons eeuwig lot in het naauwste verband staat; zoo waar als dat God het heden ons geeft juist om voor de toekomst te zorgen.

?u F$ daari^ g6V0el van hulpbehoevendheid tan,

afhankelijkheid van God uitspreekt, * en er door opgewekt wordt; gevoel van zonde en schuld als grond van vreeze voor de oordeelen Gods; van bekommernis ook over de eer en dienst des Allerhoogsten in de dagen die Hij zal doen komen; in zoover kan zulk een vragende overdenking van wat het nieuwejaar ons brengen zal hare vrucht hebben.

Inderdaad, op een nieuwjaarsdag behoort nog iets meer te geschieden dan heil en zegen wenschen. Wel ma- het ernstig worden overdacht wat ons al zou kunnen overkomen; dat onze behoefte aan God immer groot wezen zal daar wij voor ons zeiven eu anderen alles kunnen wenschen maar niet het minste daarstellen. Niet één oogblik kunnen wij ons leven verzekeren, noch waarborgen dat onze gezondheid niet weldra in dulde^n^-

Sluiten