Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wig verderf, indien de wonderbare hulp van Gods genade, hen niet teregt brengt. Draagt zorg en volgt de trotsche en roemende geesten niet; de satansgeest kan met uwen stand niet tevreden zijn. David was in een uitnenfenden staat, toen hij zeide: «O Heere! mijn hart is niet verheven, noch mijne Qogen zijn niet te hoog; ook heb ik niet gewandeld in dingen mij te groot, en te wonderlijk. Zoo ik mijne ziel niet hadde gezet, en stille gehouden als een gespeend kind bij zijne moeder ! mijne ziel is als een gespeend kind in mij." Psalm CXXXI. 12. Zoo loopt" dan.

De zesde besturing. Draagt zorg, dat gij uw oor niet opent voor ieder, die u roept op uwe reis. Gij weet, dat wanneer menschen loopen om belangrijke zaken, zij gewoon zijn te zeggen, aan menschen, die hen willen spreken, of zeggen gaat niet zoo hard, gij zult aan mij gezelschap hebben: »lk heb geen'tijd, helaas! ik kan voor u niet stil staan; ik heb haast; ik bid u, spreekt nu niet met mij, ik loop om eenen prijs; als ik hem win, heb ik alles; maar als ik hem verlies, ben ik verloren; daarom verhindert mij niet!" Dit is de toon van diegenen, welke om verderfelijke dingen loopen. Zoudt gij dan niet voorwaarts gaan, gij hebt veel meer reden om voor het blijvend goed der onverj4erfelijkheid en heerlijkheid te loopen. Ik geef u dezen besten raad in tijds, opdat gij weten zoudt, dat gij er velen zult ontmoeten, die u na zullen roepen; namenlijk: de duivel, de wereld, ijdel gezelschap, vermaak, voordeef en eer onder menschen, rust,' pracht, hoogmoed, te zamen -een talrijk gezelschap van deze gezellen. De een roept: »wacht op mij!" de andere: »gaat mij niet voorbij \" een derde: »luistert, toch naar mij!" wat, zult gij gaan, zegt de duivel, zonder

Sluiten