Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kende gevangenis noch geesseling, heeren, stieren, leeuwen, wreede pijniging, steeniging, doodslag, naaktheid, enz. Hebr. XI. Neen, in alle deze waren zij meer dan overwinnaars door Hem, dien zij lief hadden, Bom. VIII. 37 , die hen ook gewillig maakte op den dag zijner heerkracht.

Ten tweede. Ziet ook aan de andere zijde de kinderen des Satans. Zij zijn niet begeerig naar den hemel; hoe vele ontwijkingen en uitvlugten hebben zij niet! «Ik heb eene vrouw getrouwd! Ik heb een land! Ik zal mijn pachter beleedigen! Ik zal mijn meester kwetsen! Ik zal mijn handel verliezen! Br zal mijn hoogmoed en vermaak verliezen! Ik zal bespot en gescholden worden! daarom durf ik niet komen."

»Ik," zegt een ander, » zal wachten tot ik onder ben; als mijne kinderen uit huis zijn; tot het mij beter in de wereld gaat, tot dat ik dit of dat gedaan heb, en meer andere bezigheden." Maar , helaas! de reden is: zij willen niet gaan, want waren zij gewillig, zij zouden geen duizend verschooningen inbrengen, en houden de touwen vaster dan Simson, die ze verbrak als brandend vlas. Richt. XV. 14. De wil is het alleen; die alleen is oorzaak, dat het rad voorof rugwaarts keert. Dit weet God en de Duivel en zij beiden trachten zoo veel zij kunnen hunne dienstknechten in hunnen wil te sterken. God maakt zijn volk gewillig om Hem te dienen; en de duivel doet wat hij kan, om den wil en de genegenheid van de zijnen te besturen tot liefde voor de zonden. Toen Christus kwam, zeide Hij: «gij wilt niet tot mij komen." Joh. V. 40. Hoe menigmaal heb ik u willen vergaderen als een hen hare kiekens en gij hebt

Sluiten