Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

d'e vooruit is moet zijn grond tot het einde vasthouden. Wantr

hel zevende gébrmk. Hoe laag handelen zij tegen zieh zeiven, die zoeken te winnen, gemeenschap te hebben, met hen die achter zijn. Er zijn sommigen die zeggen, dat zij naar den hemel loopen zoowel als anderen, maar wanneer er eenige trage en algemeen* belijders zijn, denken zij als zij vrede met dezulken hebben, dat het genoeg is; maar zij merken niet, dat het met hen zal gaan, als met de dwaze maagden.

Gij kunt, indien gij wilt, opmerken dat het der dwaze maagden veel gekost heeft, toen zij te laat kwamen. "Voor haar die gereed waren om in te gaan; werd op eens de deur gesloten; daarna, let wel! kwamen deauderen en zeiden: «Heere, Heere doe ons open!" Maar de Heer zeide: «gaat weg Ik ken u Biet." Matth. XXV. 10-12. Ga weg luije belijder-J koude belijder, trage belijder! O, mij dunkt, het woord; van God is zoo duidelijk voor de trage belijders, dat het te verwonderen is, dat er geen meer bela^f^B gesteld wordt. Hoe werd Lot's huisvrouw beloond! voor een traag loopen en eenen terugblik naar dedingen, in Sodom achtergelaten? En hoe werdenj zij beloond in het XIII: kapittel van Luc. staaudej tot dat de deur gesloten was? En de dwaze maagdenn En hoe bitter bedroefd zullen zij zijn, die zoo langj zullen wachten. Het veranderde Lot's wijf in eenl zoutpilaar Gen. XIX. 20 Ezou weende bitterlijk. Heb. XII. 17. Judas verworg zich!" Ja, het zal, u tot een vloek zijn, van den dag uwer geboorte, inJ dien gij het koningrijk Gods zult missen. • . Jj

JchUte gébruik. Indien gij een trage looper zijt, zult gij niet alleen u zeiven verwoesten, maar de ver-

Sluiten