Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

A. Neen , want elk wordt terstond na de dood byzonderlyk geoordeeld; maer dan zullen de ligchamea te samen met de zielen, en dat in de tegenwoordigheid van alle mcnschen, geloond worden.

7. V. Welke zyn de levenden die Christus oordeelen zal? A. Die omtrent dien tyd leven zullen.

8. V. Wat vonnis zal Christus in het oordeel geven? A. De goede menschen zal Hy met groote liefde tot

zich roepen en hun den Hemel geven; maer de kwade zal Hy met uitnemende gramschap van zich in de eeuwige verdoemenis jagen.

DE ELFDE LES.

TAN GOD DEN HEILIGEN GEEST.

1. V. Wat gelooft gy van den II. Geest.

A. Dat Hy waerachtig God is, cn de derde Persoon in dc H. Dryvuldigheid.

2. V. Van welken Persoon, komt de H. Geest? A. Van God den Vader en God den Zoon.

3. V. Is de II. Geest minder dan de andere twee Persoonen?

A. Geenszins; maer Hy is even wys, magtig, eeuwig, enz. als God dc Vader cn God de Zoon.

4. Y. Wat eer zyn wy God den ff. Geest schuldig? A. De goddclykc en opperste eer.

5. V. Hoe heeft zich de ff. Geest vertoond?

A. In dc gcdacnle van eene duif in het Doopsel vanChristus, en in dc gedaente van vurige tongen op den Sinxendag.

6. V. Wanneer komt de ff. Geest tot ons?

A. Als Hy op eenige nieuwe manier ia ons begint te werken.

Sluiten