Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zwaar in vinden. Men kari een uitstekend minister van Binnenlandsche Zaken zijn, en toch van het onderwijs zoo goed als niets afweten; men zal zelfs weinig menschen vinden, die zoo veelzijdig ontwikkeld zijn, dat zij èn in gemeentezaken èn op het gebied van het onderwijs even goed te huis zijn; öf het een of het ander zal er steeds onder lijden, en het ligt voor de hand, dat in den regel het onderwijs er bij te kort komt. Niet weinigen matigen zich het recht aan om in zaken van onderwijs wetten te stellen en hun wijsheid aan den man te brengen, alleen omdat zij vroeger jaren zelf op de schoolbanken gezeten hebben, terwijl zij, waar het b. v. landbouw of handel geldt, zich wel wachten zullen mee te spreken, indien zij, hetzij door nauwgezette studie, hetzij voor praktische ervaring zich niet eerst met die vakken vertrouwd hebben gemaakt. Gaan wij de mannen na, die in de laatste twintig jaren aan het hoofd stonden en geroepen waren de wettelijke regeling van het onderwijs tot stand te brengen, dan kan men slechts een enkele opnoemen, van wien ook zijne tegenstanders zullen moeten erkennen, dat hij de aangewezen man was, die recht had om op het gebied van het onderwijs als wetgever op te treden. Al de andere ministers, die aan de oplossing van de onderwij squaestie hunne krachten beproefden, hadden zonder twijfel hunne eigenaardige verdiensten, maar juist niet in het vak van onderwijs. Het verwondert mij dan ook zeer, dat men in Nederland het voorbeeld met gevolgd heeft van verschillende kleine Duitsche Staten ; bijna overal wordt daar de Minister van onderwijs bijgestaan door een man van het vak, die den Minister een taak helpt verlichten, die voor zijn schouders alleen blijkbaar te zwaar is. De oprichting van een afzonderlijk ministerie van onderwijs zou ook thans nog goede vruchten afwerpen.

De regeling van het onderwijs in Nederland is, zooals wij straks zagen, in vetschillende tusschenpoozen tot stand gekomen en daaraan heeft men het zeker te danken, dat de verschillende afdeelingen niet altijd goed zijn uiteen gehouden. De polytechnische scholen worden gerekend tot het middelbaar onderwijs, terwijl de gymnasiën bij het hooger onderwijs behooren; en

Sluiten