Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

éen leerstoel; tegenwoordig heeft men er eene geheele faculteit voor noodig. Ia eene wet moeten hiervoor vaste bepalingen worden opgenomen en opgegeven hoeveel leerstoelen er minstens moeten bestaan. Dit is overal geschied, waar men in de laatste jaren de wet op het hooger onderwijs heeft herzien. Bestaat eenmaal datgene wat noodzakelijk en onmisbaar is, dan kan men het verdere gerust aan de Regeering overlaten in het vertrouwen, dat er van tijd tot tijd wel een minister zal zijn, die er zijn eer in zal stellen de noodige middelen te verschaffen om het onderwijzend personeel uit te breiden. «Eene universiteit,» zegt Mohl, «waaraan men op deze wijze de hand niet houdt, is bepaald ten achter en kan onmogelijk hare bestemming vervullen. Daar wordt van de wetenschappen alleen het noodzakelijke of althans het algemeen verlangde geleerd en wel oppervlakkig of in het geheel niet; en wat is hiervan het gevolg? dat het onderwijs niet in aanzien is, en volstrekt niet aan het doel beantwoordt. Als vaste regel moet worden aangenomen om zoodra eene wetenschap groote uitbreiding ondergaat of nieuwe beteekenis verkrijgt in de toepassing, terstond een nieuwen leerstoel op te richten. Indien men dezen weg inslaat, dan zal het hooger onderwijs zeker veel meer kosten, maar dat is nu eenmaal niet anders. Men moet zich dit getroosten, en ontbreken bepaald de middelen dan doet men beter de akademie op te heffen. Zonder dat kan men van eene akademie niet eischen, wat er van geeischt moet worden, het onderwijs zal gebrekkig zijn en daarmee ook de vorming der studenten; het geld, dat men er nog aan besteedt, is bepaald weggeworpen.»

De wet moet zorgen, dat men bij het hooger onderwijs steeds maatregelen neemt overeenkomstig den vooruitgang, welke in de verschillende vakken plaats heeft, en met artikel 29 («wij behouden ons voor aan eene of meer hoogescholen leerstoelen te vestigen voor al die vakken of onderdeden van vakken in deze wet niet vermeld en tot wier beoefening in het belang der wetenschap de gelegenheid behoort open te staan ») is veel te algemeen om een middel te zijn, waardoor men op de Regeering direct of indirect pressie kan uitoefenen, wat de ervaring maar al te dik-

Sluiten