Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onpartijdigheid, dan zal hij in die gevallen, waarin het oordeel van de faculteit niet beneveld werd door persoonlijke sympathiën of antipathiën, spoedig den man weten aan te wijzen, dien hij hebben moet en ook den moed bezitten hem te benoemen. Eene beleediging ware het echter voor de vertegenwoordigers der wetenschap , de zaak geheel buiten hen te laten omgaan. In verband hiermede is het behoud der faculteiten zeer wenschel'y'k; van een collegie, dat uit een mengeling bestaat van mannen van allerlei wetenschap, kan men geen voordracht verwachten, waarop men kan afgaan; de medicus kan over den jurist niet oordeelen en omgekeerd, maar wel kan men een gegrond oordeel verwachten van mannen van hetzelfde vak, van éen faculteit.

Straks merkten wij op, dat uit het geheele wetsontwerp de ambtenaar te herkennen is, niet de man die op de hoogte is van het onderwijs. Een sterksprekend voorbeeld daarvan levert ons art. 30. «Elke cursus,» lezen we daar, «is in den regel halfjarig. Het staat echter den hoogleeraren vrij een cursus in twee of meer achtereenvolgende semesters te behandelen, wanneer zij oordeelen dat een halfjarige niet voldoende is. Elke les wordt in den regel vier malen 's weeks gegeven.» Waartoe dient dit artikel ? Waarschijnlijk moet het dienen om te maken , dat een student in een bepaald aantal jaren al de collegies over die vakken kan bijwonen, waarin examen wordt afgenomen. Maar was het daarom noodzakelijk in een wetsontwerp op het hooger onderwijs zulke zaken van bijkomenden aard op zulk een allerkleingeestigste wyze te behandelen en bij deze bepaling, die wij ook in het ontwerp-Heemskerk aantreffen, nog de woorden te voegen: « elke les wordt in den regel vier malen 's weeks gegeven » ? Bij de organisatie ook van andere universiteiten kwamen den ontwerpers zonder twijfel deze overwegingen voor den geest, maar men wist het ten minste in een fatsoenlijken vorm te kleeden en den schijn te vermijden, alsof de akademie op éen lijn stond met een gymnasium. Vergelijken wij het b. v. met de statuten van de akademie te Bonn. «Iedere faculteit,» lezen wij daar, «is voor de volledigheid van het onderwijs in die vakken, die tot haar gebied behooren, inzoover verantwoordelijk, dat zy met het oog op de elk half jaar plaats hebbende

4

Sluiten