Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

anderzins, tot Gods eer en stichting der Kerken Christi zouden schikken en besturen. Doch de Kerkorde hebben de Staten ook niet erkend.

Op last van Leycester komt de derde Nationale Synode, in 15 86, te 's Hage bijeen. De beginselen der Kerkdijken worden gehandhaafd; met name wordt streng aan de confessie vastgehouden; de dienaren des Woords, idem de professoren in de theologie ('t welk ook den anderen wel betaamt,) zullen de Belijdenis des geloofs der Nederlandsche Kerken onderteekenen. De dienaars die weigeren „sullen de facto van haren dienst bij den kerkeraad ofte de classe opgeschorst worden en bij volharding afgezet."

Leycester, die de Synode bijeen riep, zond „de Kerkenordeningen aan den Gedeputeerden van Mijne Heeren de Generale Staten om die te oversien, dewelke die hebben-doen „senden aan haarlieden Provincieën." Maar zonder hunne antwoorden af te wachten, heeft hij, bij besluit van 6 Augustus 1586 de Kerkenordeninge geapprobeerd, geraticifïeerd, ende geauthoriseerd. Evenwel, toen Leycester in December naar Engeland vertrokken was, besluiten de Staten van Holland, waarin 01denbarneveld sinds den dood van Willem van Oranje overwegenden invloed uitoefende, nog in dezelfde maand December dat de voorzeide Kerkelijke ordonnantie bij provisie zal worden achtervolgd, maar dat de Heeren Staten van Holland, Edelen en Magistraten van de steden en andere zullen blijven bij haar recht en gebruik. Geen wonder dat de predikanten. Leycestersgezind waren, en weinig Staatsgezind. Later, in 1591, werden nog eenige bepalingen van de Staten gemaakt aangaande de beroeping van Predikanten, het houden der jaarlijksche Prov. Synodus, waarbij uitdrukkelijk vermeld wordt dat geen zaken de Synode Generaal rakende, mogen behandeld worden; eene bepaling, waaraan Uitenbogaert en Oldenbarneveld zeker niet vreemd waren. (Te Water, p. 99).

Dat de Kerkdijken aan de gereformeerde beginselen getrouw

Sluiten