Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geéring verklaart, dat de uitkeeringen, zooals zij volgens de begrooting van 1884 geschied zijn, een verkregen recht geven. Dat Minister Heemskerk Gezindheden voor synoniem houdt met Kerkgenootschappen, is bekend.

In het Arrest van den Hoogen Raad, 5 Mei 1848, wordt de toezegging in- de Grondwet van tractementen, enzthans genoten door de gezindheden en derzelver leeraars, verklaard als houdende gecontracteerde schuld; maar eene zich scheidende gemeente zou dan nog altijd eerst moeten aantoonen, dat zij jure in al de rechten is getreden der gezindheid, tegen over welke de schuld is gecontracteerd.

Het is waar, er wordt ook dikwerf gesproken van historische rechten; maar ik meen ergens gelezen te hebben, dat de eigenaardigheid van een historisch recht juist hierin gelegen is dat het geen recht geeft. Ook de Regeering in 1816, wij zagen het, beriep zich op het historisch recht van den Souvereinen Vorst; en toch zijn wij allen voorstanders van het recht der Kerk tot zelfstandigheid en onafhankelijkheid op eigen gebied. Mij dunkt, uit dit alles is meer dan duidelijk, dat alle finantiëele voorrechten van de gemeenschap met het Synodaal verband afhankelijk zijn, en alleen gelden dein 1815 bestaande en erkende kerkgenootschappen. Ja zelfs de thans nog bestaande al. 2 zou de scheidenden weinig vooruitzicht geven: de scheidende modernen, voor eenige jaren te Groningen en te Arnhem, bekwamen eerst dan tractement van het Rijk voor hunne predikanten, toen zij zich aan de Remonstrantsche Broederschap hadden aangesloten. Trouwens ik wil niet verzwijgen dat ik al weinig sympathie en achting zou gevoelen voor hen, die van de kwestie der zelfstandigheid der gemeente een dubbeltjes-kwestie zouden maken!

Ik hoop dat de eerste Kerk, die door Gods genade weer zooveel kracht en geloof in zichzelve gevoelt, om zich los te scheuren van het Synodaal verband, aan hem die haar wijst

Sluiten