Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daaruit, zoo als gij weet, óók gestadig ten mijnen huize, hij den Tabernakel. Maar evenmin als wij, nu Christus in 't vleesch gekomen is, aan 't Oude Testament genoeg hebben, evenmin hebben wij bij onze Christelijke godsdienstoefening aan de Psalmen genoeg, waarin voorzeker wel van den beloofden Messias wordt gesproken, maar niet van den gekomen Heiland, niet van den Middelaar Gods en der menschen, niet van 't Lam Gods dat geslagt is, en dat overwonnen heeft, en daarom „waardig is te ontvangen de kracht, en rijkdom, en wijsheid, en sterkte, en eer, en heerlijkheid en dankzegging"; Openb. 5:12. Alles wat in de Psalmen van den Messias gezegd wordt, komt daarin voor, zoo als ook natuurlijk is, onder zulke bewoordingen, die ook de Jood kan medezingen , en hem niet de minste ergernis geven, daar hij alle Messiaansche gezegden op een ander dan op den Heere Jezus Christus toepasselijk maakt. Maar moet dan de Christelijke kerk niet zingen met woorden die de Jood niet medezingen kan; die voor geene tweeërlei, of meerderlei, uitlegging vatbaar zijn; die duidelijk, óók voor den Jood verstaanbaar, spreken van de waarheid dat de, óók in de Psalmen, beloofde Messias door haar wordt beleden als verschenen in den Heere Jezus Christus? Ik weet 't, gij stemt mij zulks gereedehjk toe. En geen wonder dan ook dat dit mede alzoo van de vroegste tijden af door de Christelijke kerk is begrepen, waarom dan ook, gelijk de geschiedenis zulks leert, niet alleen Psalmen maar ook Gezangen zijn gezongen. De bazuin moet een zeker geluid geven.

Sluiten