Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

intogt in Jeruzalem, juichte: „Gezegend is de Koning, die daar komt in den Naam des Heeren!" en die toen sommigen der Farizeën deed zeggen: „Meester! bestraf Uwe discipelen", maar tot wie de Heiland antwoordde: „Ik zeg olieden, dat, zoo deze zwijgen, de steenen haast roepen zullen". Diezelfde vader, niet de Vader des Heeren Jezus, heeft er de hand in, zoowel bij dwalende en zich zelf misleidende vromen, als bij onvrome, doode regtzinnigen, die „den naam hebben dat zij leven, maar die dood zijn", dat den Heiland geen lof gezongen wordt met zulke woorden, die ook in den Hemel, naar Openb. 5 en 15, gezongen worden. Die „vader", die vijandige „vader" is geen ander dan de „vader der leugen", zoo als de ZaHgmaker hem noemt. En laten nu geen vromen zich inbeelden, dat zij niet meer door dien „vader" zouden opgestookt, verleid en verblind worden, of kunnen worden in vele opzigten, ofschoon zij zich daarvan niet bewust zijn altijd, want dat leeren beide Schrift en ervaring wel anders! Maar is dat zoo, dan hebben ook zoo velen in onze dagen die 't durven zeggen: „de Heere heeft mij van de Gezangen afgebragt", N. B. van zulke Gezangen óók, wier inhoud de zangstof is zelfs van volmaakte Hemellingen!!! toe te zien dat zij niet voortgaan met Gode toeteschrijven wat niets anders is dan een werk des duivels, en een bedroeven van Dien Heiligen Geest, Die niet opgehouden heeft met den laatsten Psalmist om zielen te leeren lofzingen; maar Die óók, en veel meer nog, naar den aard Zijner bedeeling onder 't Nieuwe Verbond, onder dit Verbond

Sluiten